Het gaat niet zo goed!

Tja, ook de mindere momenten delen hè? Geeft wel een compleet beeld.

Vorige week naar de Stones. Ik heb daar toch wel wat ongezonde spanning voor opgebouwd. Gaat het zonder medicatie goed komen met mij? Ik ben dit soort evenementen uit de weg gegaan toen ik nog geen medi nam. Of ik het nu wilde of niet, het zat in m’n hoofd. De angst voor de angst. Gatver! Daar baalde ik van.

De Stones zelf ging hartstikke goed, dat is dan inderdaad vaak de uitkomst. Daar waar je tegen op ziet valt reuze mee. Dus bij het opkomen van de Stones begon ik spontaan te huilen, waarschijnlijk kwam de spanning eruit. Na deze succeservaring was ik dan ook superblij. Het gaat goed komen met mij.

De volgende dag had ik nog een volle agenda met etentje en ook daar zag ik weinig beren op de weg. Ergens in die avond kwam er wel iets ongemakkelijks omhoog maar alles onder controle.

Maar die nacht ging het mis. Het overviel me. Ongekende spanning in m’n lijf en ik kreeg het niet weg. De hele nacht lag ik wakker en werd meteen weer wakker als ik in slaap dommelde. Ik zal je de details besparen maar dat ik fris en fruitig om half zes naast m’n bed zou staan om te werken was uitgesloten. Ik stuurde een berichtje om me af te melden en liet de rest van de nacht aan me voorbij sluipen onder een deken van spanning en zenuwen. Ook nam ik in een vlaag van wanhoop een pil, die ik altijd nam. Helpt voor geen meter als je er één neemt, maar ik ging weer beginnen. Ik wist het zeker. Ik was verslagen. En dan word je wakker in grote onzekerheid en het gevoel van falen.

Ik kreeg die dag veel steun in de vorm van berichtjes en belletjes. Veel begrip. Het liet maar weer eens zien dat het in jezelf blijven opkroppen nergens toe leidt. Dit voelde goed. Adviezen, oppeppers, je hebt er echt wat aan. Ik belde m’n huisarts en die zei nog eens met nadruk dat die ene capsule geen bal zou doen. Ik zei ook dat ik dat best wist maar weer wilde beginnen. Hij zei meteen dat ik dat beter niet kon doen. Deze fase moet ik door. Deze is zwaar. Hier vallen de mensen terug. Het komt even dubbel en dwars zo hard binnen allemaal. Ook werd ik er door velen aan herinnerd dat ik er ‘nog’ maar twee weken af ben. Wat had ik dan gedacht? Je denkt er veel te makkelijk over. Je dacht dit wel even te doen. Neem de tijd. Doe rustig aan. Ga niet alles aan omdat je vindt dat het zo hoort. Het perfecte plaatje. ‘Jongens dit is mijn afbouwverhaal en het leest heerlijk weg. Geen probleem gezien!’

Tja, ik besloot diezelfde dag om toch door te zetten. Medi kan altijd nog. Het houdt in dat ik de dagen met iets meer onzekerheid doorkom. Mezelf soms toe moet spreken. Maar ook alles gelaten over me heen laten komen. Iets meer stress en zenuwen in m’n lijf maar geen vermijding. En dat is ook een dingetje hoor. Ik ben zo bang voor vermijding dat ik niets uit de weg ga. Dat gebeurde de afgelopen twee weken. Ik denk dat ik daarin teveel van mezelf gevraagd heb ook. De afgelopen dagen ging ik gewoon m’n dagen vullen met normale zaken. Even boodschappen doen, flinke ronde met de honden en een ritje verderop om iets te regelen. Alles met een ontspannen lijf. Daar moet ik het nu even mee doen. Alles opnieuw opbouwen zonder medicatie. Niets gaat vanzelf.

Was ik gestopt als ik alles van te voren had geweten? Waarschijnlijk wel. Je moet het voelen en ondergaan om er iets van te vinden. Ik had mezelf sowieso als uitzondering gezien. Bij mij gaat dat goed komen, ik wil zo graag. En nog steeds. Het is troep. M’n lijf is nog steeds aan het afbouwen. Zuisjes in m’n hoofd, vlagen van misselijkheid. Het wordt minder. Dat wel. Het liefst leef ik dus zonder dat spul. Maar zoals ik eerder zei, niet ten koste van alles. Ik sluit niets uit.

Voor nu ga ik door. Leef m’n dagen. Het kan beter, maar ook slechter. Het gevoel van succes in de toekomst overheerst nog steeds.

Tot de volgende update!

Komt een vrouw bij de dokter (5)

Er is weer veel veranderd. Vorige week ging ik naar de dokter om het proces door te spreken. Als je zelf in de psychiatrie werkt en met een huisarts spreekt merk je het verschil in benadering. Ik heb het over vechten en angsten, hij reageert met medicatie. Gesprekken over de achterliggende problemen zijn waarschijnlijk voor de psycholoog.

Maar goed, zijn advies is om toch over te gaan op een pil om de dag, desnoods cold turkey en meteen stoppen. Voor de bijkomende angstaanvallen die misschien kunnen ontstaan krijg ik dan oxazepam. Ik zeg meteen dat ik geen pammetjes in m’n lijf wil. Dat zou een zeer slechte en verslavende vervanger zijn. Begrijp me niet verkeerd, voor veel zijn de pammetjes in alle soorten en maten een uitkomst, niet voor mij. Ik wil het niet. Ik besluit naar mezelf te luisteren en m’n eigen tempo te gaan bepalen. Dat betekend, de tijd nemen. Mijn lichaam en geest de tijd geven om te wennen aan de ‘nieuwe’ situatie. Met mezelf in gesprek blijven en luisteren naar de signalen. En het werkt.

Ik begin mezelf een leuk experiment te vinden. Waar doe ik het goed op en wat niet. Inmiddels neem ik om de dag een pil en heb op het werk dus medicatieloze dagen. Dat zeg ik bij aanvang van m’n dienst en mijn collega’s passen zich moeiteloos aan. Ze hebben dan te maken met een chaoot zonder concentratie en een tikkeltje onhandig. Gelukkig kan ik nog steeds heel goed luisteren en kletsen met de clienten op die dagen. Ik voel me daar gewoon goed. Ik hou van m’n werk.

Hoe grappig een onhandige Ka ook is, ik ontdekte nog iets. Ik begin een emotionele muts te worden. Alles komt meer binnen en ik maakte sinds jaren weer eens een echte huilbui mee. Er was wel degelijk een aanleiding maar ik weet zeker dat ik dit een tijd terug makkelijker had weggezet. Daar zat ik, in m’n eentje m’n tranen weg te vegen tot er een glimlach verscheen. Ik vond het fijn. Hoe onprettig de aanleiding ook was. Toen ik gisteren ook nog eens met een brok in m’n keel zat toen een client in tranen tegenover me zat wist ik het zeker. Dit gaat vaker gebeuren. Ga maar vast zakdoekjes kopen Ka! En weet je. Ik voel me er goed bij.

De medicatieloze dagen beginnen te wennen en mijn gevoel is niet beangstigend. Eerder bevrijdend. Neemt niet weg dat ik nog steeds onzeker ben over mijn zelfcontrole, maar ik hoef niet altijd een grote meid te zijn. Ik mag dingen ook best spannend vinden. Dus….

Eerst een paar weken op vakantie. Voornemens om daar toch even door te pakken met de afbouw, maar luisterend naar mezelf. Gaat het te snel, dan de rem erop. Dus dat! Best oké toch?

Tot over een tijdje.

In mijn hoofd (3)

Tja, het gaat best goed eigenlijk. De bijwerkingen van het 'afkicken' waren na een week ineens verdwenen. Weet wel dat ik gehalveerd heb en nog steeds iets binnen krijg. Dat maakt het lastig. Ik wil wel sneller. Nieuwsgierig naar mezelf. Tegelijkertijd ben ik me bewust van alle angstscheutjes in m'n lichaam.

Een ochtend die na het opstaan iets minder rustig voelt dan normaal wordt onder de loep genomen. Had ik dit een half jaar geleden ook wel eens? Wat kan de reden zijn? Toch overheerst het gevoel van willen en kunnen. Ik blijf er op dit punt bij dat ik mezelf niet voor kan stellen als angstig en gestrest. Dat voelt echt als een eeuw geleden. Gesprekken leveren een beeld van mezelf op door de ogen van anderen. Waarom juist ik dit moet kunnen. Ik lijk een sterke vrouw. Doelgericht en een doorzetter. Dit komt herhaaldelijk terug en ik luister ernaar alsof het niet over mezelf gaat. Door hoe ik ben geweest en wat ik heb gevoeld, heb ik mezelf altijd in de schaduw gehouden. Een sterke vrouw zijn is iets wat hoorde bij mijn vorige herstel. Een soort alter ego. Dat moest ik gewoon kunnen. Alles moest ik aangaan. Doordat ik dit opschrijf realiseer ik me weer dat ik nog steeds in de veronderstelling ben dat het me overkomen is allemaal. Niet door mezelf, maar door die pil. En daar baal ik van. Ik moet nu toch echt zelf gaan geloven dat ik dat ben. Met een duwtje mezelf weer heb terug gevonden en nu gereset ben naar m'n eigen zelf. En dit inzicht komt voornamelijk door erover te praten. Mijn grootste winst tot nu toe.
Transparant zijn.

Na elk gesprek denk ik; dit ga jij doen. Dit kan jij. En voel ik me goed. Dus het gaat niet zonder slag of stoot maar is een proces wat zich voornamelijk in mijn hoofd afspeelt. En ik weet dat dat erbij hoort.

Hallo!(2)


Een update van mijn afbouw. Kan me voorstellen dat er mensen zijn die het proces interessant vinden om te volgen. Ook voor zichzelf. Er zijn zoveel mensen die medicatie gebruiken. Dat zal je nog verbazen. Maar goed.

Vandaag bijna een week aan het halveren. Nou, nou. Halverwege de dag is dat ding al aan het afbouwen en begin ik de afkickverschijnselen te voelen. Dizzy, tintelingen in vingers en voeten. Concentratieverlies en druk. Veel
Praten. En dat kon ik sowieso al goed. Snel ook. Pffff, word moe van mezelf. Maar zoals altijd verdraag ik lichamelijke ongemakken als de beste. Van m'n moeder geërfd. However. De angst voor terugval is groot. Als ik eraan denk word ik heel onzeker en lichtelijk gespannen. Het voordeel is dat ik me niet kan voorstellen dat ik op retour ga. Ik vind dat ik ben wie ik nu ben. Dat is zo gek. Hoezo ga ik ineens veranderen, ik ben dit toch? Gewoon relaxed en tevreden? Wat of wie kan daar verandering in brengen. Duh! Onmogelijk! Kssssst!

Maar goed, angst kan zo nu en dan de overhand krijgen. Dan geloof ik niet in mezelf. Alleen in die ellendige pil. Dat is het grootste verschil met vorige week. Je begint ergens aan en kan niet in de toekomst kijken. Verder voel ik me prima eigenlijk. Niets veranderd. Al hebben een aantal collega's er veel plezier in om mij in ontspannen situaties te wijzen op de pillen. 'Ka, neem jij maar weer een pil want…..' En ik vind dat fijn. Heerlijk transparant. Zoals ik ben.

Een ‘like’ please?


Je kent het vast. Er komt iemand langs, op visite of gewoon iets brengen en je hebt het geluk dat je weet wanneer. (Ik ben niet zo van onverwacht.) Op de één of andere manier slaat er dan een gen van mij op hol. M'n huis ziet er niet uit. En dat is een overstatement, lees: Overstatement. Want ik was er zelf tevreden mee. Maar als er mensen over de vloer komen valt er niets meer binnen het toelaatbare. M'n hele leven lijd ik al aan deze 'aandoening' en ik word er soms zo moe van. Waarom? Waarom moet ik op de voorpagina van VT wonen kunnen staan met m'n huis. Waarom moet alles perfect. Alsof ik binnen deze vier muren elke dag met een potje thee, een tijdschrift en kaarsje aan op de bank zit te ontladen. Met op de salontafel de nieuwste Flow. Dat ook nog.

Het is niet zo. De werkelijkheid is dat er overal wat ligt, dat iedereen z'n spullen van zich af laat vallen bij de eerste stappen in huis. Dat ik altijd wel vlekjes op de wc zie die weggepoetst moeten worden. Een aanrecht vol afwas omdat de vaatwasser nog leeg moet. Onopgevouwen was omdat ik snel, snel een paar wasjes draai op een moment dat ik weinig tijd heb. Kattedrolletjes in de kattenbak, oud papier wat ligt te wachten om naar de schuur gebracht te worden. En katten met plukken haar van de hond in de snorharen omdat ik de transfer van winter naar zomervacht niet bij kan benen.

En toch! Toch werk ik dit in No-time weg als er iemand langs komt. Zo snel kan ik nooit, maar dan ben ik niet te stoppen.

Zeg alsjeblieft dat je het herkend? Het zal me goed doen.

Ik ga het doen….(1)


Vandaag ging ik naar de dokter. Ik wil een hoofdstuk in m'n leven proberen af te sluiten. En eerlijk, ik vind het doodeng.

Het lijkt een eeuw geleden. Het moment dat ik de straat ging vermijden en mezelf opsloot. Het is in werkelijkheid een decennia. Tenminste, toen besloot ik dat het genoeg was. Daar gingen jaren aan vooraf die op dit moment zeer ver van mijn dagelijkse werkelijkheid afstaan. Ik kan me met moeite voorstellen hoe ik heb geleefd. Hoe ver ik het heb laten komen. Angst regeerde.

Maar nu. Ben ik werkelijk een ander persoon? Of anders gezegd, mezelf. Is alle angst verdwenen of is het verstopt. Weggedrukt door de dagelijkse medicatie die ik slik. Nog steeds elke dag. Ik moet bekennen dat ik daar niet zeker van ben. Het is de enige angst die is blijven bestaan. Mijn hele bestaan van de afgelopen jaren heb ik opgebouwd in de wetenschap dat een pil mijn leven veranderde. Daar heb ik me aan vast gehouden. Waarschijnlijk onterecht. Maar toch. Ik mocht die pil ook blijven gebruiken, m'n leven lang, zolang als ik hem nodig had. Nu is daar een onzichtbare lijn. Wie ben ik zonder die pil? Ik weet nog zo goed wie ik was.

Ik die bij alle veranderingen in haar dagelijkse leven een paniekaanval kreeg. Nachten lang rechtop in bed zat tot het licht werd. Dan kon ik rustig slapen. Het is dag. Je moet niet meer slapen, je mag. Een wereld van verschil. Alle deuren die achter je sluiten, letterlijk, zijn angstig. Wordt de deur op slot gedaan of kan ik erweer uit. Elke seconde van de dag is angstig en onveilig. Er heerst een gevoel van stress wat nooit weggaat. Behalve als je slaapt. En het half uur daarna, nog rozig van het slapen. Dan begin je weer opnieuw. Een nieuwe dag. Zenuwen in je buik. Gaat vandaag een beetje rustig voorbij? Om in elk geval te voorkomen dat angst overgaat in paniek blijf je binnen. Alles onder controle. Zoals ik het wil. Rust. De dag dat ik niet meer kon eten van de stress, die stress die er gewoon is, die bij je leven hoort, besloot ik dat ik niet meer kon. Of ik gooi mezelf van de wereld of ik zoek een andere uitweg. Het werd die pil.

En daar ging ik. Vleugels. Niet te stoppen. Grenzeloos. En dat is vandaag nog zo.

Morgen begin ik met afbouwen. Ik ben bang. Bang voor mezelf. Praat tegen mezelf. Dat ik nooit meer word zoals ik was. Dat ik achter die pil gegroeid ben en in staat m'n geluk voort te zetten. Maar wat kost het me een moeite om het te geloven. Die angst bleef. En is er nog. Maar ik ga het aan. Wil heel graag. Dat moet toch voldoende zijn? Vasthouden aan wat ik heb opgebouwd en wie ik nu ben. Heb vertrouwen Kaatje, in jezelf. Pls!

Mijn mama deel 4 (slot)


Een eeuwigheid. Die twee weken. Ontzettend veel medeleven in de omgeving. Je hoort jezelf telkens hetzelfde riedeltje opdreunen. Maar dan is daar de dag van de uitslag. Ik en mijn vader vol goede moed en mijn moeder intens bang, zitten te wachten in de wachtkamer die we nu van binnen en buiten kennen op de mammacare. We krijgen de uitslag. Alles goed!!!! Wat een ontzettend fijn gevoel is dat zeg. Geen uitzaaiingen!!!! Nu op naar herstel!! Over een paar weken beginnen de bestralingen. Even ademhalen. 

Op dit moment is het Moederdag! Vandaag. Ook heeft mijn moeder afgelopen week haar laatste bestralingen gehad. Het was best zwaar. De plek die bestraalt wordt krijgt veel te verduren en ook bij mijn moeder is er sprake van lichte verbranding. Maar ze is positief over de lichamelijke ongemakken. Zoals ik haar ken. Pijn krijgt haar niet klein. Geestelijk is er meer aan de hand. Logisch. Dat duurt nog een tijd. Het vertrouwen in je lichaam is weg. Foetsie. Nog nooit heeft het je zo in de steek gelaten. Is het echt wel weg? Komt het echt wel goed? Maar ook dat weet ze. Dat het erbij hoort. En ze geniet van de kleine dingen. Wandelen en buiten zijn. Zon! We zijn er nog lang niet. Maar ik weet dat ze het gaat doen. Dit kan ze. Samen met ons. We genieten extra omdat het einde zo dichtbij was. En op deze Moederdag ben ik extra dankbaar dat ze er is. Gewoon er is zoals altijd. Mijn mama. Ik hou van je. 

Mijn mama deel 3


Daar sta je dan. Het is weekend en dus twee hele dagen om aan het idee te wennen. In de schriftelijke uitslag zitten we in stadium 5. Het is al duidelijk dat het kwaadaardig en dus borstkanker is. 

De huisarts zet alles in een stroomversnelling en dinsdag zitten we in het ziekenhuis. M’n moeder als een trillend vogeltje, m’n vader in een stiltemodus en ik, ik probeer rustig te blijven. Kopje koffie, koetjes kalfjes. Wachtend op de arts die ons alles uit gaat leggen. Een stukje vaste grond terug gaat geven misschien. 

Wat een fijne vrouw, wat mooi ook dat je het voor elkaar krijgt om grote zorgen iets lichter te maken. Het was kort en krachtig. Het traject wordt snel genoemd, over twee weken volgt de operatie al. Voor ons voelt dat nog lang. Achteraf worden deze weken volgepropt met onderzoeken en afspraken. Echo, hartfilmpje, bloed prikken, anestistgesprek, opnamegesprek, neuroloog, pre-operatieve gesprekken met chirurg en verpleegkundige en nog veel meer. We reizen op en neer en inderdaad; we, ik ga met alle afspraken mee. M’n ouders vinden het fijn en dan vind ik dat ook. 

Na alle onderzoeken en afspraken volgen veel uitslagen. De belangrijkste krijgen we pas na de operatie. Hoe groot, welk karakter heeft het en belangrijk, zijn er uitzaaiingen. Tussendoor vieren we de miniuitslagen van echo’s en aanprikmomenten. Op de grote dag van de operatie zijn we er allemaal. In de hele dag waarop je al voor dag en dauw aanwezig bent is er veel loze tijd voor en na de operatie. Zus en ik vullen die met veel koffie en minislaapjes in de auto. Paps zit op de stoel naast mams voor en na de operatie. Een zware dag op verschillende fronten. Toch komt aan deze dag een eind. Een mooi moment is de totale ontspannen moeder na de fikse narcose. Dat hebben we al een paar weken niet gezien. Kalmte. 

Nu gaan we weer twee lange weken wachten op de belangrijke uitslag. En ook belangrijk, wat gebeurd hierna. Het blijft nog een tijdje spannend voor we daar achter zijn. 

Mijn mama Deel 2


Wat ontstaan er veel mijlpaaltjes als je het proces naar genezing begint. Ieder stapje naar herstel is er één voor in de boeken. De gebakjes in het ziekenhuisrestaurant vliegen de deur uit. In ons geval hebben we veel plusjes te vieren. 

De grootste vraag vanaf het eerste moment is, zijn er uitzaaiingen! Dat is de grootste angst, ergste vijand. Het staat hoop in de weg. En waar twee weken voorbij vliegt als je op vakantie bent, als je wacht op dit nieuws duurt het zo lang. 

Toch gaat het eigenlijk best snel allemaal. 

Die bus, die ervoor zorgt dat je vanaf je 50st jaar om de paar jaar gecontroleerd wordt op borstkanker is toch een lifesaver. In mijn moeder haar geval zat het zo diep, dat ook de proffesionals moeite hadden met lokaliseren. In die bus krijg je een onaangename mammografie waarbij alles wat niet in je borst hoort zichtbaar wordt. 


Ook werken ze met verschillende stadia waarin de tumor zich bevind. Zo krijg je bij de uitslag meteen een prognose van de ernst. En die uitslag komt gewoon schriftelijk in je brievenbus. 

Die enveloppen liggen wonderlijk genoeg zorgeloos op de deurmat. Zowel bij het baarmoederhalsonderzoek als het borstonderzoek ga je er toch lichtelijk vanuit dat het goed nieuws is. Je hebt vaak geen klachten en het is routine. Tuurlijk is er een ‘wat nou als….’ maar die druk je gauw weer weg. De envelop verhuist met de krant, de folders en de overige post naar de keukentafel. Kijken we straks even naar, eerst de pannen op het vuur. En zo ging het bij mijn moeder ook ongeveer. 

Ze waren net een paar dagen weg geweest, de post werd verzameld. De envelop werd herkend maar nog niet open gemaakt. Dat doen we later. Het antwoordapparaat wordt aangedrukt en ondertussen ook het koffiezetapparaat. En dan hoor je de stem van de dokter. Een paar dagen geleden ingesproken. Of je kontakt op wilt nemen als je dit hoort. M’n vader z’n ogen gaan meteen naar de stapel post. Het was z’n eerste gedachte. Hij roept m’n moeder en zegt dat het waarschijnlijk nodig is om de envelop van het borstonderzoek open te maken. Ook mijn moeder wordt ineens onrustig. En inderdaad, hun wereld stortte op dat moment in en het was vrijdagmiddag. Niets wat je nu kan doen. 

Mijn mama Deel 1


De tijd die ik niet op m’n blog kon zijn is ook meteen bewogen geweest. Alles zit weer in de lift, maar toch. 

Begin maart vertelde mijn moeder mij dat ze kanker heeft. De grond zakt onder je vandaan. Zo voelt dat inderdaad. Je knieën worden week, je hart versnelt en je krijgt een zenuwknoop in je maag. Ik weet nu hoe ik zou reageren als ik dat nieuws krijg. De schrik duurde nog geen halve minuut, toen begon er een krachtig gevoel op te komen. ‘Dit gaat ons niet klein krijgen’. Daar hoefde ik niets voor te doen, dat gevoel ontstond automatisch. Ik hoorde mezelf tegen mijn moeder zeggen dat dit niet het einde van de wereld is. Dat we dit gaan winnen, gaan vechten. Mijn moeder daarin tegen was al bezig met doodgaan. Dat is het hele proces zo gebleven weet ik achteraf. Binnen een dag was er een rollenverdeling waarin ik de optimist en aanreiker van hoopgevend nieuws werd, m’n vader de praktisch regelaar en m’n zus de gevoelsverwant. Met andere woorden, die had ook moeite met positief blijven en was samen met m’n moeder intens verdrietig. Het had ook niet anders gehoeven, het was goed zo. Klaar om met z’n allen de strijd aan te gaan. En waar er een gevoel ontstaat dat mijn moeder zwijgzaam tussen bovenstaande zinnen doorleeft, dat was ook zo. Het was voor haar meer een geestelijke strijd dan een lichamelijke. Ik ken mijn moeder ook als een lichamelijk sterke vrouw. Die pijn ondergaat ze moeiteloos. Geestelijk kan er helaas minder op het bordje. Dit was teveel. En dat mocht ook. 

Het is zo bijzonder om mee te maken hoe je dit als gezin beleefd. Wat ieder z’n manier is van verwerken, aangaan en hopen. Ik heb mezelf vooral verbaast. Ik wist dat er een kracht vrijkomt als het nodig is, maar het bewijs weer geleverd zien worden is apart. Je hoeft daar niets voor te doen. Het geeft me rust. Wat er ook gebeurd, er zal altijd genoeg power zijn om op te functioneren. Niet alleen voor mij, voor ons allemaal. 

Deze serie vertel ik het proces van de afgelopen tijd. In de wetenschap dat het op dit moment met m’n moeder heel goed gaat. Het zware traject komt ten einde. Tijd om het op te schrijven.