Sporten? Wat is dat?

Dit jaar is er iets geks gebeurd. Ik ben veranderd in een fanatieke sportschoolganger. Nou zeg! Wie had dat gedacht. Mijn hele leven ben ik het sporten uit de weg gegaan. Niets voor mij. Gedoe! Loop je te rennen naar (n)iets en weer naar huis. En je wordt er ook nog moe van. Bij kickboksen word je afgemat terwijl je roept dat je dood gaat. No mercy. Doorgaan! Dat werd een blauwe maandag. Klasjes waarbij ik achteraan stond te springen en te hijgen gaven mij nooit een boost. Alleen maar ‘hoe lang nog? Nog twintig? Toe even!! Een sportinstelling van niets, ik weet het. Dus toen een collega mij wees op de voordelen van fitness op je eigen tempo dacht ik; Ha! Dat ga ik echt niet doen. Niet kunnen ook. Maar ze maakte me enthousiast. Niet dolenthousiast. Maar genoeg om me op een dag in te schrijven. Dat was afgelopen Januari.

Het is nu Juli jongens! Ik ga nog steeds! De eerste maanden drie dagen per week. Maar ik had al gauw door dat ik daar problemen mee ging krijgen. Met mezelf wel te verstaan. Het beheerste mijn agenda en iemand die mijn dagritme kent weet dat daar iets in zit. Slapen, werken, sporten en nog wat luttele uren voor andere zaken. Ik bracht het terug naar twee keer per week. En dat lukt nog steeds. Ik ga overigens in de meeste gevallen met tegenzin heen, maar heb wel het blije gevoel achteraf. Dat wat nodig is om enthousiast te blijven. Ook werkt het mee dat er kilo’s en centimeters verdwijnen. Gewoon zomaar, terwijl ik nog zeker één keer per week patat eet. En soms chips. Chocola ook. En tosti’s. En kaneelbroodjes van de Aldi. Owh! Croissantjes. Ham kaas. Die ook. Heerlijk.

Oké. Ik dwaal af. Het is ook laat op de avond nu. Altijd zin in een snack. Maar zes van de zeven dagen doe ik het niet. Oké, soms vijf. Maar meestal ben ik stoer. Na het avondeten niets meer. Alleen fruit. Dat helpt ook. Maar verder, twee keer in de week een uur fitness werkt. Voor mij. Ik voel me er fijn bij. En dat lieve mensen had ik nooit gedacht. Ik had je keihard uitgelachen als je dat een paar jaar geleden had voorspelt. Nu weet ik beter. Ik kan het! Als dit geen motivational speech is voor de twijfelaars onder jullie. Als ik het kan, kan iedereen het.

Bachelor

Nou, wat kun je makkelijk van de radar verdwijnen als je binnen social media je mond houdt. Ik heb een behoorlijke poos geen zin gehad om te schrijven. Dit lag puur aan mezelf. Een combinatie van; wat heb ik te melden en geen inspiratie. Maar hey! Ineens ging er weer van alles door mijn hoofd. Voordat het chaos wordt kan ik het beter weer zwart op wit zetten. De laatste tijd ben ik me ervan bewust dat ik ouder word. En ik weet het niet zo goed. Wat vind ik hier eigenlijk van.

Standaard zeg ik hardop dat ik me 25 voel, dag in dag uit. Het verschil wat je moeilijk uit kan leggen aan iemand die daadwerkelijk 25 is, is het gevoel wat je soms overspoelt. Je hebt zoveel extra jaren in je herinneringen dat er soms een terugblik in je hoofd voorbij komt. Een confrontatie dat het decennia geleden is dat je bij dat moment was. Een ongemakkelijk gevoel, tegelijkertijd ook prettig. Een moment dat je ervoor wilt kiezen een gevoelig muziekje op te zetten en weg te kruipen in een hoekje van de bank. Het komt ook ineens, bij een vliegtuigje wat overvliegt of een motor in de verte op de snelweg. Alsof je besef van tijd en het eindige binnen komen. Misschien voor jou bla bla, maar toch weet ik inmiddels dat het bestaat, het komt en gaat met name als je ouder wordt. Binnen deze uitleg en het gevoel leef ik momenteel iets meer. Er gebeurd namelijk veel. Positief en negatief. Oftewel ying en yang. Want het is in evenwicht. Ik heb na mijn mindere periode van anderhalf jaar geleden mijn bachelor in het leven gehaald. Oprecht gelukkig en in balans. Op naar de rest.

Daar is het bruggetje. Deze jongedame gaat studeren. Met dat ik het opschrijf schiet er een zenuwachtig gevoel in mijn buik. Zeg ik dit nu hardop? Tegen iedereen? Nu moet je wel. Geen weg meer terug. Kort gezegd dient deze kans zich aan en ik heb altijd gezegd dat ik graag nog een studie zou willen doen. Het is nu of nooit. Onzekerheid speelt mij parten. Kan ik het wel? Ben ik slim genoeg? Ben ik in staat mij hier honderd procent voor in te zetten? Allemaal vragen waar ik het antwoord niet op weet en er maar op één manier achter kan komen. Doen! En dat is wat iedereen die mij kent zegt. Doen! Ik kan slechter leven met; had ik maar……dan niets doen. Dus HBO, here I come. Op naar een bachelor die zwart op wit staat.

Het voelt als een mooi moment. 47 zijn en ervoor gaan. Waarom niet. Fijn werk, een topper van een man, een dochter om trots op te zijn, een leven met ruimte voor een uitdaging, een gezonde familie en zelf met beide voeten op een stevige fundering. Daarom besef ik me nu zoveel meer dat ik dit ben. Met zoveel jaren achter me. Alles om me hier te krijgen waar ik nu ben. Wish me luck! Even een bakkie en dan ga ik weer verder met mijn leven……

Ik kan niet heksen!

Je kent het wel, het wordt de hoogste tijd dat je een vriend of vriendin weer even ziet. Druk, druk, druk is het excuus. De wil is er maar het daadwerkelijk je agenda pakken en plannen schiet erbij in. Het was bij mij een lijstje aan het worden. Tijd voor actie.

De afgelopen tijd zag ik dierbare kennissen en vriendinnen weer. De één met een etentje, de ander met een lunch. Ook een vluggertje ‘ik ben in de buurt’ bakkie kwam voorbij. Midden in het bos een middagje zonnen op een kabouterterras met een oud collega was een fijn weerzien, je zal er maar wonen. Heerlijk. Ik realiseer me dat ik echt wat schade heb ingehaald.

Vandaag ging ik namelijk met oud collega en tevens vriendin naar de Heksenhoeve in Appelscha. Wat ik me daar bij voor moest stellen wist ik niet. Het bleek een zoektocht naar geluk en wilskracht. Er woont een witte heks en ze probeert je van je zweverige vooroordeel met beide benen in de bossige grond te zetten. Doormiddel van opdrachtjes op het prachtige bosperceel word je gedwongen na te denken over mensen die je mist en weer wilt zien en verdriet wat ergens zit en bij haar weggestopt kan worden in een met mos begroeide ton. Wichelroede lopen was een openbaring en valt beter natuurkundig uit te leggen dan spiritueel. Het blijkt een methode die menigeen gebruikte en het kan vandaag de dag nog. Zo bijzonder om de wichelroede in je handen te voelen draaien terwijl je niets doet. Wat een fijne middag. Wat een rust. Wat een mooie plek.

Het was dan ook vanmiddag dat ik gedwongen werd na te denken over de mensen die ik gauw weer wil ontmoeten. En laat ik daar nu net, wat zelden voorkomt, geen antwoord op hebben. Ik heb de laatste tijd echt iedereen even gezien. Ik ben blij dat ik daar weer even de tijd voor heb genomen. In het najaar maar weer een nieuwe ronde.

Blij vs Onblij

Er gebeurd zoveel om me heen dat emoties op en neer gaan. Dan wordt het tijd voor ‘pen en papier’. Mijn eeuwige uitlaatklep.

Leven en dood gaan hand in hand, dat wist ik uiteraard. Maar van dichtbij meemaken dat iemand veel te jong het aardse bestaan achter zich moet laten en tegelijkertijd nieuw leven zien groeien, dat doet wat met me. Elke dag komt er een moment voorbij dat ik het voel binnen komen. Een mooi nummer op de radio, een avond in het donker, buiten op het terras, met een lucht vol sterren. Ik word teruggeworpen op mijn gevoel. Dat ik hier ben, dat ik dat zo normaal vind. Maar het is niet vanzelfsprekend. Ik voel me dan klein. Verlaten, ongemakkelijk, maar ook gelukkig. Wat een bizar gevoel.

Toch wil ik stil blijven staan bij het moment. Het hier en nu. Dankbaarheid. Dankbaar dat onze dochter een nieuwe fase in haar leven ingaat. Zo onverwacht, zo schrikken, zo vroeg. Kan ze dit, ook geestelijk. Inmiddels hebben we het proces naar aanvaarding en blijheid doorlopen. Allemaal op onze eigen manier. Soms stil, soms pratend en vooral lachend. Dat we aan het idee gingen wennen werd duidelijk door de grappen over opa’s en oma’s en papa’s en mama’s. Ze is er klaar voor. Wij zijn er klaar voor.

Belangrijk te weten dat het ook zo goed met haar gaat. Ze had haar therapie af gesloten. Heeft al een tijd een fijne vriend en ze had haar studie ‘social work’ opgepakt. Allemaal plussen. Natuurlijk ook lastige momenten, voor haarzelf. Angst, verdriet en zorgen naar de toekomst. Maar praten en aanvaarden van haar gevoel maakte de dag weer goed. Nu dit. Ik zag haar angst, voelde het ook. Ik heb gezegd dat het er mag zijn. Je hoeft niet met iedereen mee te juichen als je het zelf even anders voelt. Neem je tijd. Het komt vanzelf.

En zover zijn we nu. Ze is blij. Wij zijn blij. Alles is gezond. We kunnen alleen maar afwachten en hopen op een voorspoedige zwangerschap. Jonge moeder in de dop. Langzaam zie ik haar groeien. Ze is serieus, leest en leert. Maar ook zijzelf neemt grote sprongen naar volwassenheid, niet pinbaar maar ik voel ze. Wat een jaren hebben we achter de rug. Wat had het mis kunnen gaan. Wat is het goed gekomen. Zo trots op haar.

Kan ik alleen nog maar mijn gevoel delen naar het donkere hoekje. Een vriend die wacht op het einde. Hetzelfde proces. Aanvaarden en wachten. Hopen op voorspoedig en vrij van pijn en angst. Dat gaat niet lukken. Betere dagen spelen tikkertje met slechte dagen. Maar dat het komt is zeker. Wat een strijd.

Wat ligt het dicht bij elkaar. En wat mogen we blij zijn met elke dag. Zo cliché, maar mijn dagelijkse confrontatie op dit moment. Ik weet het en ben gelukkig.

UPdate met de nadruk op UP!(8)

Misschien zijn jullie er inmiddels wel klaar mee. Die updates. Maarre, je hoeft niet te lezen uiteraard. Het is nou eenmaal een projectje.

Maar goed nieuws. Na mijn ‘inzinking’ heb ik mezelf herpakt, werk weer en doe m’n ding. Zonder shit in m’n lijf. De afgelopen week sloop er wel eens een ongemakkelijk gevoel naar binnen maar ksssst! Weg ermee. Laat me met rust. Op m’n werk voel ik mezelf heel erg oké. Het helpt wel de toestanden van anderen. Leidt zo lekker af van jezelf. Èn! Ik hoor mezelf praten met clienten en hun heel veel positieve energie geven waardoor ik denk, dat moet je zelf dan ook doen hè? Het mes snijdt voor mij aan heel veel kanten op het moment. Het is echt een kwestie van geduld, up’s en down’s, vallen en opstaan, slikken en weer doorgaan etc. Ik begin te geloven dat het voor mij wel eens goed uit kan pakken. Ik schrijf dit ook omdat er velen zijn, ook die ik gesproken heb, waarbij het niet lukt af te bouwen. Er is dus werkelijk een heel lastig stukje, ook bij verslavingen, waarbij je grote kans hebt op terugval. Dat stukje is zwaar! Ik zag het ook niet meer. Waar doe ik het voor. Voor dit miserabele gevoel? Maar echt, het wordt beter. Het voelt lichter. Wordt overzichtelijk. En het helpt om het in perspectief te blijven zien. Het leven ruikt sws niet elke dag naar citroentjes. Maak het niet mooier dan het is.

Maar hè, ik ben er nog niet maar het komt goed. Ik ben gewoon weer een beetje blij. Misschien date ik nu wat minder up. Geen bericht is goed bericht. En julliebedankt voor het lezen en reageren. Dat helpt echt in het proces. Voor iedereen denk ik. Heb ik ook wat van geleerd.

*Owh ja, ik ben nu een maand clean!

Het gaat niet zo goed!(7)

Tja, ook de mindere momenten delen hè? Geeft wel een compleet beeld.

Vorige week naar de Stones. Ik heb daar toch wel wat ongezonde spanning voor opgebouwd. Gaat het zonder medicatie goed komen met mij? Ik ben dit soort evenementen uit de weg gegaan toen ik nog geen medi nam. Of ik het nu wilde of niet, het zat in m’n hoofd. De angst voor de angst. Gatver! Daar baalde ik van.

De Stones zelf ging hartstikke goed, dat is dan inderdaad vaak de uitkomst. Daar waar je tegen op ziet valt reuze mee. Dus bij het opkomen van de Stones begon ik spontaan te huilen, waarschijnlijk kwam de spanning eruit. Na deze succeservaring was ik dan ook superblij. Het gaat goed komen met mij.

De volgende dag had ik nog een volle agenda met etentje en ook daar zag ik weinig beren op de weg. Ergens in die avond kwam er wel iets ongemakkelijks omhoog maar alles onder controle.

Maar die nacht ging het mis. Het overviel me. Ongekende spanning in m’n lijf en ik kreeg het niet weg. De hele nacht lag ik wakker en werd meteen weer wakker als ik in slaap dommelde. Ik zal je de details besparen maar dat ik fris en fruitig om half zes naast m’n bed zou staan om te werken was uitgesloten. Ik stuurde een berichtje om me af te melden en liet de rest van de nacht aan me voorbij sluipen onder een deken van spanning en zenuwen. Ook nam ik in een vlaag van wanhoop een pil, die ik altijd nam. Helpt voor geen meter als je er één neemt, maar ik ging weer beginnen. Ik wist het zeker. Ik was verslagen. En dan word je wakker in grote onzekerheid en het gevoel van falen.

Ik kreeg die dag veel steun in de vorm van berichtjes en belletjes. Veel begrip. Het liet maar weer eens zien dat het in jezelf blijven opkroppen nergens toe leidt. Dit voelde goed. Adviezen, oppeppers, je hebt er echt wat aan. Ik belde m’n huisarts en die zei nog eens met nadruk dat die ene capsule geen bal zou doen. Ik zei ook dat ik dat best wist maar weer wilde beginnen. Hij zei meteen dat ik dat beter niet kon doen. Deze fase moet ik door. Deze is zwaar. Hier vallen de mensen terug. Het komt even dubbel en dwars zo hard binnen allemaal. Ook werd ik er door velen aan herinnerd dat ik er ‘nog’ maar twee weken af ben. Wat had ik dan gedacht? Je denkt er veel te makkelijk over. Je dacht dit wel even te doen. Neem de tijd. Doe rustig aan. Ga niet alles aan omdat je vindt dat het zo hoort. Het perfecte plaatje. ‘Jongens dit is mijn afbouwverhaal en het leest heerlijk weg. Geen probleem gezien!’

Tja, ik besloot diezelfde dag om toch door te zetten. Medi kan altijd nog. Het houdt in dat ik de dagen met iets meer onzekerheid doorkom. Mezelf soms toe moet spreken. Maar ook alles gelaten over me heen laten komen. Iets meer stress en zenuwen in m’n lijf maar geen vermijding. En dat is ook een dingetje hoor. Ik ben zo bang voor vermijding dat ik niets uit de weg ga. Dat gebeurde de afgelopen twee weken. Ik denk dat ik daarin teveel van mezelf gevraagd heb ook. De afgelopen dagen ging ik gewoon m’n dagen vullen met normale zaken. Even boodschappen doen, flinke ronde met de honden en een ritje verderop om iets te regelen. Alles met een ontspannen lijf. Daar moet ik het nu even mee doen. Alles opnieuw opbouwen zonder medicatie. Niets gaat vanzelf.

Was ik gestopt als ik alles van te voren had geweten? Waarschijnlijk wel. Je moet het voelen en ondergaan om er iets van te vinden. Ik had mezelf sowieso als uitzondering gezien. Bij mij gaat dat goed komen, ik wil zo graag. En nog steeds. Het is troep. M’n lijf is nog steeds aan het afbouwen. Zuisjes in m’n hoofd, vlagen van misselijkheid. Het wordt minder. Dat wel. Het liefst leef ik dus zonder dat spul. Maar zoals ik eerder zei, niet ten koste van alles. Ik sluit niets uit.

Voor nu ga ik door. Leef m’n dagen. Het kan beter, maar ook slechter. Het gevoel van succes in de toekomst overheerst nog steeds.

Tot de volgende update!

Komt een vrouw bij de dokter (5)

Er is weer veel veranderd. Vorige week ging ik naar de dokter om het proces door te spreken. Als je zelf in de psychiatrie werkt en met een huisarts spreekt merk je het verschil in benadering. Ik heb het over vechten en angsten, hij reageert met medicatie. Gesprekken over de achterliggende problemen zijn waarschijnlijk voor de psycholoog.

Maar goed, zijn advies is om toch over te gaan op een pil om de dag, desnoods cold turkey en meteen stoppen. Voor de bijkomende angstaanvallen die misschien kunnen ontstaan krijg ik dan oxazepam. Ik zeg meteen dat ik geen pammetjes in m’n lijf wil. Dat zou een zeer slechte en verslavende vervanger zijn. Begrijp me niet verkeerd, voor veel zijn de pammetjes in alle soorten en maten een uitkomst, niet voor mij. Ik wil het niet. Ik besluit naar mezelf te luisteren en m’n eigen tempo te gaan bepalen. Dat betekend, de tijd nemen. Mijn lichaam en geest de tijd geven om te wennen aan de ‘nieuwe’ situatie. Met mezelf in gesprek blijven en luisteren naar de signalen. En het werkt.

Ik begin mezelf een leuk experiment te vinden. Waar doe ik het goed op en wat niet. Inmiddels neem ik om de dag een pil en heb op het werk dus medicatieloze dagen. Dat zeg ik bij aanvang van m’n dienst en mijn collega’s passen zich moeiteloos aan. Ze hebben dan te maken met een chaoot zonder concentratie en een tikkeltje onhandig. Gelukkig kan ik nog steeds heel goed luisteren en kletsen met de clienten op die dagen. Ik voel me daar gewoon goed. Ik hou van m’n werk.

Hoe grappig een onhandige Ka ook is, ik ontdekte nog iets. Ik begin een emotionele muts te worden. Alles komt meer binnen en ik maakte sinds jaren weer eens een echte huilbui mee. Er was wel degelijk een aanleiding maar ik weet zeker dat ik dit een tijd terug makkelijker had weggezet. Daar zat ik, in m’n eentje m’n tranen weg te vegen tot er een glimlach verscheen. Ik vond het fijn. Hoe onprettig de aanleiding ook was. Toen ik gisteren ook nog eens met een brok in m’n keel zat toen een client in tranen tegenover me zat wist ik het zeker. Dit gaat vaker gebeuren. Ga maar vast zakdoekjes kopen Ka! En weet je. Ik voel me er goed bij.

De medicatieloze dagen beginnen te wennen en mijn gevoel is niet beangstigend. Eerder bevrijdend. Neemt niet weg dat ik nog steeds onzeker ben over mijn zelfcontrole, maar ik hoef niet altijd een grote meid te zijn. Ik mag dingen ook best spannend vinden. Dus….

Eerst een paar weken op vakantie. Voornemens om daar toch even door te pakken met de afbouw, maar luisterend naar mezelf. Gaat het te snel, dan de rem erop. Dus dat! Best oké toch?

Tot over een tijdje.

In mijn hoofd (3)

Tja, het gaat best goed eigenlijk. De bijwerkingen van het 'afkicken' waren na een week ineens verdwenen. Weet wel dat ik gehalveerd heb en nog steeds iets binnen krijg. Dat maakt het lastig. Ik wil wel sneller. Nieuwsgierig naar mezelf. Tegelijkertijd ben ik me bewust van alle angstscheutjes in m'n lichaam.

Een ochtend die na het opstaan iets minder rustig voelt dan normaal wordt onder de loep genomen. Had ik dit een half jaar geleden ook wel eens? Wat kan de reden zijn? Toch overheerst het gevoel van willen en kunnen. Ik blijf er op dit punt bij dat ik mezelf niet voor kan stellen als angstig en gestrest. Dat voelt echt als een eeuw geleden. Gesprekken leveren een beeld van mezelf op door de ogen van anderen. Waarom juist ik dit moet kunnen. Ik lijk een sterke vrouw. Doelgericht en een doorzetter. Dit komt herhaaldelijk terug en ik luister ernaar alsof het niet over mezelf gaat. Door hoe ik ben geweest en wat ik heb gevoeld, heb ik mezelf altijd in de schaduw gehouden. Een sterke vrouw zijn is iets wat hoorde bij mijn vorige herstel. Een soort alter ego. Dat moest ik gewoon kunnen. Alles moest ik aangaan. Doordat ik dit opschrijf realiseer ik me weer dat ik nog steeds in de veronderstelling ben dat het me overkomen is allemaal. Niet door mezelf, maar door die pil. En daar baal ik van. Ik moet nu toch echt zelf gaan geloven dat ik dat ben. Met een duwtje mezelf weer heb terug gevonden en nu gereset ben naar m'n eigen zelf. En dit inzicht komt voornamelijk door erover te praten. Mijn grootste winst tot nu toe.
Transparant zijn.

Na elk gesprek denk ik; dit ga jij doen. Dit kan jij. En voel ik me goed. Dus het gaat niet zonder slag of stoot maar is een proces wat zich voornamelijk in mijn hoofd afspeelt. En ik weet dat dat erbij hoort.

Hallo!(2)


Een update van mijn afbouw. Kan me voorstellen dat er mensen zijn die het proces interessant vinden om te volgen. Ook voor zichzelf. Er zijn zoveel mensen die medicatie gebruiken. Dat zal je nog verbazen. Maar goed.

Vandaag bijna een week aan het halveren. Nou, nou. Halverwege de dag is dat ding al aan het afbouwen en begin ik de afkickverschijnselen te voelen. Dizzy, tintelingen in vingers en voeten. Concentratieverlies en druk. Veel
Praten. En dat kon ik sowieso al goed. Snel ook. Pffff, word moe van mezelf. Maar zoals altijd verdraag ik lichamelijke ongemakken als de beste. Van m'n moeder geërfd. However. De angst voor terugval is groot. Als ik eraan denk word ik heel onzeker en lichtelijk gespannen. Het voordeel is dat ik me niet kan voorstellen dat ik op retour ga. Ik vind dat ik ben wie ik nu ben. Dat is zo gek. Hoezo ga ik ineens veranderen, ik ben dit toch? Gewoon relaxed en tevreden? Wat of wie kan daar verandering in brengen. Duh! Onmogelijk! Kssssst!

Maar goed, angst kan zo nu en dan de overhand krijgen. Dan geloof ik niet in mezelf. Alleen in die ellendige pil. Dat is het grootste verschil met vorige week. Je begint ergens aan en kan niet in de toekomst kijken. Verder voel ik me prima eigenlijk. Niets veranderd. Al hebben een aantal collega's er veel plezier in om mij in ontspannen situaties te wijzen op de pillen. 'Ka, neem jij maar weer een pil want…..' En ik vind dat fijn. Heerlijk transparant. Zoals ik ben.

Een ‘like’ please?


Je kent het vast. Er komt iemand langs, op visite of gewoon iets brengen en je hebt het geluk dat je weet wanneer. (Ik ben niet zo van onverwacht.) Op de één of andere manier slaat er dan een gen van mij op hol. M'n huis ziet er niet uit. En dat is een overstatement, lees: Overstatement. Want ik was er zelf tevreden mee. Maar als er mensen over de vloer komen valt er niets meer binnen het toelaatbare. M'n hele leven lijd ik al aan deze 'aandoening' en ik word er soms zo moe van. Waarom? Waarom moet ik op de voorpagina van VT wonen kunnen staan met m'n huis. Waarom moet alles perfect. Alsof ik binnen deze vier muren elke dag met een potje thee, een tijdschrift en kaarsje aan op de bank zit te ontladen. Met op de salontafel de nieuwste Flow. Dat ook nog.

Het is niet zo. De werkelijkheid is dat er overal wat ligt, dat iedereen z'n spullen van zich af laat vallen bij de eerste stappen in huis. Dat ik altijd wel vlekjes op de wc zie die weggepoetst moeten worden. Een aanrecht vol afwas omdat de vaatwasser nog leeg moet. Onopgevouwen was omdat ik snel, snel een paar wasjes draai op een moment dat ik weinig tijd heb. Kattedrolletjes in de kattenbak, oud papier wat ligt te wachten om naar de schuur gebracht te worden. En katten met plukken haar van de hond in de snorharen omdat ik de transfer van winter naar zomervacht niet bij kan benen.

En toch! Toch werk ik dit in No-time weg als er iemand langs komt. Zo snel kan ik nooit, maar dan ben ik niet te stoppen.

Zeg alsjeblieft dat je het herkend? Het zal me goed doen.