Puberaal #9 Morgen heb ik verloren

IMG_3015.JPG
Het is lastig. Er komt een moment waarop je denkt, begrijp ik het nog wel. Of liever, wil ik het nog begrijpen. Het is enorm wennen dat de jeugd heel anders over bepaalde zaken denkt dan wij, toen we zo oud waren. Maar ja, zeiden onze ouders dat ook niet? Er is nog steeds geen ander woord voor generatiekloof, waarbij de kloof bedoeld is om zelfs met een flinke aanloop nog onhaalbaar te zijn. Maar er is verschil. Tuurlijk. Ieder kind is anders en er zijn uitersten. Helaas hebben wij steeds vaker te maken met de verkeerde kant van de weegschaal. Als die er is.

We dachten dat we wisten waar we aan begonnen. Het is zo logisch het kind van je man in huis te nemen als er geen andere opties zijn. Daarbij was er al een band die goed was. De gebruiksaanwijzing die we erbij kregen leek ernstig, maar wij waren ervan overtuigd dat het hier allemaal anders zou zijn. Haar eigen moeder hoopte hetzelfde, durfde het hardop te zeggen, maar je hoorde altijd twijfel. En het blijkt verdomde lastig. Er is zoveel aan de hand met haar en er gebeurd zoveel dat je continue met vragen zit. Waar de grens ligt tussen losbandig, moeilijk opvoedbaar of een andere diagnose bijvoorbeeld. Daar waar ik dacht veel met haar zelf op te kunnen lossen, haar inzicht te geven in haar eigen hoofd en daden, kwam ik erachter dat ze dat niet kan. Ze is in staat elke letter te verstaan, op haar in te laten werken, zichzelf ervan te overtuigen dat ze het snapt, en vervolgens een hele andere kant te laten zien. Ze begrijpt er zelf ook niets van. Zegt ze. Ik weet het niet meer. Er is natuurlijk nog een puberbrein aanwezig, dat moet je als ouder de ruimte geven om iets meer geduld te hebben als je ze een koffer wil laten pakken, maar ook hier weet ik niet waar de grenzen liggen. Het is zo lastig om te normaliseren als je niet weet wat normaal is. Ik vind het namelijk allemaal buiten proporties. Vaak heb ik gerefereerd aan m’n eigen jeugd. Maar sinds een tijdje zijn er meer verschillen dan overeenkomsten. Ik weet het dus niet meer zo goed.

Ik heb door m’n werk veel nagedacht over een beperking, op sommige afdelingen zie ik ze er frisser bij zitten dan puber. Dat geeft zoveel onzekerheid. Een laatste traject waarbij ik handvaten gebruikte vanuit m’n werk, heeft niets opgeleverd. Enerzijds omdat ik naast dat ik hulpverlener wil zijn ook ouder ben, anderzijds omdat puber elk advies in de wind slaat. En dan zeg ik het netjes. Natuurlijk zitten we niet altijd netjes aan tafel met een kopje koffie de boel te bespreken. Ook hier rammelen de dakpannen zo nu en dan. De laatste tijd vaker dan me lief is. Het creĆ«ert meteen de afstand die je niet wilt als je in onderhandeling wilt blijven. Wij vertrouwen haar niet en andersom. En daar zit je dan. En nu?

In een allerlaatste zucht geef ik nog wat ruimte. Ze krijgt nog een keer de kans om iets te doen. Iets! En dat is zo weinig, echt! Wat ik van haar vraag is een fractie van dat wat ik wens. Ik voel nog een beetje rek. Dat is er bij haar beide ouders al uit. Misschien ook omdat ze het vertrouwen hebben dat ik niet snel los laat.

Maar voor het eerst heb ik gisteren tegen mezelf gezegd: ‘Je kunt niet iedereen redden, je kunt niet door iedereen lief gevonden worden. Je komt op een punt dat je voor jezelf moet kiezen en toegeven dat je verloren hebt!’