Moeder zijn

  
Ik sprak met iemand over het moederschap. Dat het niet allemaal vanzelf gaat, sommige dingen ook weer wel. Instinctief gebeurd er genoeg. Omkomen van de honger is niet nodig. Toch ken ik ze, zie ik ze. Moeders die worstelen om goed te doen, te weinig ruimte om moeder te kunnen zijn. Soms onwil, maar ook gebrek aan inzicht. 

Overal haal ik m’n lessen en kijk goed om me heen. Als je zelf in die onzekerheid zit zie je veel. Goed en minder goed. Ik durf in deze context geen ‘fout’ te zeggen. Kan dat? Dat je foute dingen doet als moeder? Of zie je dingen over het hoofd en doe je daarom dingen minder goed. Klinkt aardiger. Maar zoals ik zei, ik kijk om me heen. En het wordt me steeds duidelijker. Ik waak als een moederkloek over het kuiken wat een paar jaar geleden bij ons kwam wonen. Geen bloedband, wel moedergevoelens. Handig! En het is maar goed ook, anders was het kuikentje misschien alweer op straat beland. Je hebt wel wat ruimte nodig die opgevuld is met liefde en positieve ervaringen om negatieve zaken het hoofd te bieden. Dat lukt, gelukkig. Uiteraard ben ik vaak op m’n smoeltje gegaan. Aldoende leert men. Een paar dingen zijn me bijgebleven. Wat er tegen me gezegd is in de afgelopen jaren. Waar ik vaak aan terug denk. 

Toen puber net bij ons was hebben we maatschappelijk werk ingeschakeld. Ik zat vol met vragen. Hoe ga ik dit doen? Wat moet ik doen. De belangrijkste zin die ik vandaag de dag in m’n achterhoofd heb is:”Probeer haar niet de deur te wijzen, ze heeft een basis nodig waar ze zich veilig voelt en altijd welkom is”. De momenten dat ze me het bloed onder de nagels vandaan haalde heb ik het nooit hardop gezegd en hier aan gedacht. We hebben het er nu wel eens over samen. Om haar uit te leggen hoe het werkt. Ze beaamt het gevoel zich hier gewenst te voelen maar kan er niet altijd wat mee. Logisch. Zij is nog een kind. Brengt mij op een volgend inzicht. 

Iemand besprak met mij haar eigen gevecht met haar kind.  Ze zag haar gezin opbreken in kampen en zei in het heetst van de strijd:”Ik kies hoe dan ook voor m’n kind, jij bent volwassen!” Dat is het! Zo waar! Ik kan het niet beter uitleggen, niet anders zeggen. Je kunt nooit een volwaardig tegenstander van je kind maken. Kom nou! De kennis is er niet om jou aan te kunnen. Ze hebben je juist nodig. Tot ze zelf volwassen zijn. Ook deze bespraken Ro en ik samen. Goed voor de balans tussen puber en ons. 

Ik vind het maar lastig soms. Ik weet wel dat ik een moeder ben. En ik zal haar alles geven wat nodig is om groot te worden. Ze hunkert naar erkenning en bestaansrecht. Deze moeder zal haar elke dag laten voelen dat ze gewenst is en dat ik van haar hou.