Blij vs Onblij

Er gebeurd zoveel om me heen dat emoties op en neer gaan. Dan wordt het tijd voor ‘pen en papier’. Mijn eeuwige uitlaatklep.

Leven en dood gaan hand in hand, dat wist ik uiteraard. Maar van dichtbij meemaken dat iemand veel te jong het aardse bestaan achter zich moet laten en tegelijkertijd nieuw leven zien groeien, dat doet wat met me. Elke dag komt er een moment voorbij dat ik het voel binnen komen. Een mooi nummer op de radio, een avond in het donker, buiten op het terras, met een lucht vol sterren. Ik word teruggeworpen op mijn gevoel. Dat ik hier ben, dat ik dat zo normaal vind. Maar het is niet vanzelfsprekend. Ik voel me dan klein. Verlaten, ongemakkelijk, maar ook gelukkig. Wat een bizar gevoel.

Toch wil ik stil blijven staan bij het moment. Het hier en nu. Dankbaarheid. Dankbaar dat onze dochter een nieuwe fase in haar leven ingaat. Zo onverwacht, zo schrikken, zo vroeg. Kan ze dit, ook geestelijk. Inmiddels hebben we het proces naar aanvaarding en blijheid doorlopen. Allemaal op onze eigen manier. Soms stil, soms pratend en vooral lachend. Dat we aan het idee gingen wennen werd duidelijk door de grappen over opa’s en oma’s en papa’s en mama’s. Ze is er klaar voor. Wij zijn er klaar voor.

Belangrijk te weten dat het ook zo goed met haar gaat. Ze had haar therapie af gesloten. Heeft al een tijd een fijne vriend en ze had haar studie ‘social work’ opgepakt. Allemaal plussen. Natuurlijk ook lastige momenten, voor haarzelf. Angst, verdriet en zorgen naar de toekomst. Maar praten en aanvaarden van haar gevoel maakte de dag weer goed. Nu dit. Ik zag haar angst, voelde het ook. Ik heb gezegd dat het er mag zijn. Je hoeft niet met iedereen mee te juichen als je het zelf even anders voelt. Neem je tijd. Het komt vanzelf.

En zover zijn we nu. Ze is blij. Wij zijn blij. Alles is gezond. We kunnen alleen maar afwachten en hopen op een voorspoedige zwangerschap. Jonge moeder in de dop. Langzaam zie ik haar groeien. Ze is serieus, leest en leert. Maar ook zijzelf neemt grote sprongen naar volwassenheid, niet pinbaar maar ik voel ze. Wat een jaren hebben we achter de rug. Wat had het mis kunnen gaan. Wat is het goed gekomen. Zo trots op haar.

Kan ik alleen nog maar mijn gevoel delen naar het donkere hoekje. Een vriend die wacht op het einde. Hetzelfde proces. Aanvaarden en wachten. Hopen op voorspoedig en vrij van pijn en angst. Dat gaat niet lukken. Betere dagen spelen tikkertje met slechte dagen. Maar dat het komt is zeker. Wat een strijd.

Wat ligt het dicht bij elkaar. En wat mogen we blij zijn met elke dag. Zo cliché, maar mijn dagelijkse confrontatie op dit moment. Ik weet het en ben gelukkig.

Het vechtertje….


Daar was afgelopen week de uitslag. De woorden die omschreven wat we al wisten, maar die nu zwart op wit extra hard binnen kwamen. Voornamelijk bij haar. Ze was er stuk van, heeft de ogen uit haar kop gejankt en realiseerde zich meer dan ooit tevoren dat ze nog bergen moet verzetten. Teleurgesteld in de harde cijfers die aangeven waar je staat in je ontwikkeling. Het strookt niet met wat je voelt. Namelijk groot en volwassen. Dat je achterstanden weg moet werken die je niet vast kan grijpen. Wat bedoelen ze nu precies. Gaat het echt allemaal over mij. Ze wist dat ze niet met alleen maar voldoendes zou eindigen na de onderzoeken, maar toch. Het leek van te voren allemaal makkelijker. Om in de komende tijd weg te werken. Alsof je het komende jaar je kamer opruimt en dan klaar bent. Het is toch wat genuanceerder dan dat. Het behandelplan wordt omschreven in processen, heb je er één doorlopen, dan is er pas ruimte voor de volgende. Dat valt zwaar. Zonder deze stappen ga je het niet redden zoals je voor ogen hebt. Dus je moet. En staat er nu dat je eeuwige optimisme in woord en daad als zoethoudertje naar je omgeving wordt vertaald? Is het zo duidelijk. Dat je niet meer kan zeggen dat je je vandaag prima redt zonder dat iemand weet dat het niet mogelijk is? Dat het stiekem niet waar is. Je wordt ontdaan van je masker en je schild en moet open en bloot vechten. Kwetsbaarder dan ooit. Toegeven dat de mensen om je heen nodig zijn om je zelfvertrouwen op te krikken. Dat je achterstand vele jaren teruggaat. Daar waar je anderen nodig hebt om je klaar te maken voor acties en reakties op het leven. Daar waar je je nog mag verschuilen achter een volwassene en fouten mag maken om er beter van te worden. Sterker van te worden. Je begint opnieuw. De school van het leven. Je laten omringen door liefde en vertrouwen van je naasten. Hun hulp accepteren en omarmen. Er open voor staan. En groeien. Terug bij af. Ik begrijp haar. Ik begrijp haar verdriet en kwetsbaarheid. De dikke behuilde ogen die me aankijken en weer hardop zeggen dat het goed gaat en tijd wordt om de dag weer op te pakken met een lach. Dat hoeft niet. Begin met voelen en laat het binnen. Blijf maar even verdrietig. Het is een begin….

Moeder zijn

  
Ik sprak met iemand over het moederschap. Dat het niet allemaal vanzelf gaat, sommige dingen ook weer wel. Instinctief gebeurd er genoeg. Omkomen van de honger is niet nodig. Toch ken ik ze, zie ik ze. Moeders die worstelen om goed te doen, te weinig ruimte om moeder te kunnen zijn. Soms onwil, maar ook gebrek aan inzicht. 

Overal haal ik m’n lessen en kijk goed om me heen. Als je zelf in die onzekerheid zit zie je veel. Goed en minder goed. Ik durf in deze context geen ‘fout’ te zeggen. Kan dat? Dat je foute dingen doet als moeder? Of zie je dingen over het hoofd en doe je daarom dingen minder goed. Klinkt aardiger. Maar zoals ik zei, ik kijk om me heen. En het wordt me steeds duidelijker. Ik waak als een moederkloek over het kuiken wat een paar jaar geleden bij ons kwam wonen. Geen bloedband, wel moedergevoelens. Handig! En het is maar goed ook, anders was het kuikentje misschien alweer op straat beland. Je hebt wel wat ruimte nodig die opgevuld is met liefde en positieve ervaringen om negatieve zaken het hoofd te bieden. Dat lukt, gelukkig. Uiteraard ben ik vaak op m’n smoeltje gegaan. Aldoende leert men. Een paar dingen zijn me bijgebleven. Wat er tegen me gezegd is in de afgelopen jaren. Waar ik vaak aan terug denk. 

Toen puber net bij ons was hebben we maatschappelijk werk ingeschakeld. Ik zat vol met vragen. Hoe ga ik dit doen? Wat moet ik doen. De belangrijkste zin die ik vandaag de dag in m’n achterhoofd heb is:”Probeer haar niet de deur te wijzen, ze heeft een basis nodig waar ze zich veilig voelt en altijd welkom is”. De momenten dat ze me het bloed onder de nagels vandaan haalde heb ik het nooit hardop gezegd en hier aan gedacht. We hebben het er nu wel eens over samen. Om haar uit te leggen hoe het werkt. Ze beaamt het gevoel zich hier gewenst te voelen maar kan er niet altijd wat mee. Logisch. Zij is nog een kind. Brengt mij op een volgend inzicht. 

Iemand besprak met mij haar eigen gevecht met haar kind.  Ze zag haar gezin opbreken in kampen en zei in het heetst van de strijd:”Ik kies hoe dan ook voor m’n kind, jij bent volwassen!” Dat is het! Zo waar! Ik kan het niet beter uitleggen, niet anders zeggen. Je kunt nooit een volwaardig tegenstander van je kind maken. Kom nou! De kennis is er niet om jou aan te kunnen. Ze hebben je juist nodig. Tot ze zelf volwassen zijn. Ook deze bespraken Ro en ik samen. Goed voor de balans tussen puber en ons. 

Ik vind het maar lastig soms. Ik weet wel dat ik een moeder ben. En ik zal haar alles geven wat nodig is om groot te worden. Ze hunkert naar erkenning en bestaansrecht. Deze moeder zal haar elke dag laten voelen dat ze gewenst is en dat ik van haar hou. 

Ons kind

  
Alles komt weer langzaam op orde. Voor m’n ogen schuiven de stukjes op z’n plek. Ik had meer kunnen zeggen, meer kunnen schrijven. Maar het was een rollercoaster van emoties waar ik geen controle over had. Ik was en ben onzeker over beslissingen en gevolgen van alles wat ik doe. Wij doen. Ik ben geneigd om te zeggen dat veel meer mensen het zwaar(der) hebben en ik vooral niet moet klagen. Er zijn lastige zaken aan de hand. Maar. De grootste zorg die wij op het moment hebben is dochter. 

Ons kind heeft eindelijk de hulp die ze nodig heeft. Ze is in deeltijdtherapie en gaat daarnaast veel naar haar werk, dat wat ze graag doet. Dat willen we haar niet afnemen. Ze werkt graag. Ook zij is niet stabiel in haar emoties. Ze gaat op en neer en heeft goede en slechte dagen. Daarnaast is ze moeilijk te ‘lezen’, ze lacht veel en doet altijd alsof het overal naar citroentjes ruikt. Inmiddels weten we beter. Het gaat niet goed. Ons kind wil niet op deze aarde zijn. Soms wel, maar die momenten creëert ze zelf door een gelukkig gevoel op te zoeken bij een vriendje, drugs en pijn. Als dat uit beeld is, is ze ongelukkig. Wij kunnen er niets aan doen, toekijken. Luisteren naar adviezen doet en kan ze niet. Alles is sterker dan haarzelf. En waar het lijkt alsof ik het erger maak, ik breng het juist voorzichtig. Het is veel erger. Dag in dag uit. Het is zo’n lief kind, maar zelfdestructief. We hebben samen besloten dit te vertellen. Er wordt zoveel gepraat. Verzonnen. Daar kun je boven staan, maar we realiseren ons ook dat het ook fijn is om te zeggen wat je hebt. Dat helpt haar. Ook om er de komende jaren tegen te vechten. Transparantie kan haar helpen. Want wat ze doet, doet ze vaak zonder controle over zichzelf. Sta daar eens bij stil, dat geen controle hebt over de dingen die je doet. Foute dingen ook. 

Haar diagnose. De startfase van borderline. (Klik hier voor informatie) Kleine fragmenten AS. Maar we kunnen nog veel bereiken. Ze krijgt nu wat ze nodig heeft. Dit is haar verhaal. Ons verhaal. Vechten om jezelf wat waard te vinden. En dat is ze. Een schat van een meid met een slechte start. Het gaat goed komen.