Dagje varen


Ik vind het wel wat hoor?! Ro gek op bootjes en varen. Mij met de paplepel ingegoten, maar ik vind het alleen leuk als ik aan boord ben. Alles er omheen is spannend. Nu hebben we natuurlijk ook niet de meest stabiele bootjes als je afhankelijk bent van huur. Maar ergens zeer ontspannen en ervaren aanmeren is soms lachwekkend. Ook al het vaarverkeer om ons heen, “Ro let je op er komt…..” pas als we weer aan de terugtocht beginnen manoeuvreer ik door het bootje alsof ik nooit anders gedaan heb. 


Gelukkig zorgen we onderweg voor rustige aanmeer plekken waar je rustig de kant op kan struikelen in spagaat. Vervolgens moeten de honden dan ook nog de sprong wagen en ook dat gaat niet altijd even soepel. Maar eenmaal aan wal mèt zeebenen ben ik weer helemaal het vrouwtje. Op naar het terras. Nu lijkt het alsof ik liever niet vaar, maar dat is niet helemaal waar. Ik ging vroeger al met mijn pake en beppe op avontuur door de Friese wateren en ik vond het geweldig. De herinneringen aan die bootvakanties zijn heerlijk. De hele dag op het water, sluizen, klompjes aan een hengel en aanmeren in gezellige dorpjes. Dit doen wij nu in het klein. Heul klein. De laatste keer gingen we dan ook vol frisse moed varen, in een polyester gebakje met bloedhete zitplekken. Mijn meegebrachte badlakens liggen overal en zijn na de eerste boeggolven zeikenat. Niet erg, het is warm en met je kont in een plasje water zitten heeft iets verkoelends. We meren halverwege best soepel aan en lunchen in een dorpje. Terug ben ik natuurlijk zeer ervaren en lig decadent op de natte handdoeken te zonnen. Hondjes vinden het ook leuk. 


Maar de dag kon natuurlijk niet zonder slag of stoot voorbij gaan. We konden heerlijk luxe voor de camper instappen en dus ook weer uitstappen. Maar wanneer we het hoekje omvaren zien we dat de camperplek inmiddels bomvol is, waar we vanochtend nog geen buren hadden hebben we er nu wel zeven. Iedereen zit heerlijk voor de camper en hebben door ons even wat te zien, zo met uitzicht op de haven. Ro en ik mompelen al tegen elkaar dat we alle zeilen bijgaan zetten om een stoere en zelfverzekerde aantocht te gaan verzorgen. Het begint al met de dot gas vóóruit. De steiger komt te snel dichtbij en ik strek mijn armen om ons een botsing te besparen. De enigszins gecontroleerde knal waarmee de boot tegen de steiger vaart geeft wat reaktie vanuit het publiek. Ik ga door met waar ik mee bezig ben, ga vooral niet terug kijken. Touwtjes pakken, ringen zoeken. En hups! Cody springt uit de boot. Dat was niet de bedoeling, hij blinkt niet uit in sociaal doen en gaat vervolgens ook als een hond in stress heen en weer lopen voor een flinke rij campers. Ro is inmiddels aan wal gestapt om de boel in goede banen te leiden, lees: tassen en honden van boord, plus het geruststellen van Cody. Wat hem trouwens nooit goed afgaat en dat ligt niet aan hem. Net als ik aan wal stap om het over te nemen schiet Cody bij de Duitse buren in de camper en er ook meteen weer uit. Klinkt overkomelijk, ware het niet dat er een (dure) hordeur voor de opening zat. Een groot gat in het gaas staart ons aan. Nee hè?! Hebben wij weer. Ro verontschuldigt zich in het duits en zegt dat hij er zo aan komt, eerst de boot terug brengen. Hij laat mij achter met alle kijkers op ons gericht. Ik gooi al onze spullen in de camper en duik eerst op een stoeltje naast de camper. Met een glas drinken voor m’n gezicht. In stilte. We weten in elk geval dat de hordeur op ons wensenlijstje niet handig is en bovendien hierdoor ook al betaald is. Dagje varen, was weer een avontuur. 

Mijn mama Deel 1


De tijd die ik niet op m’n blog kon zijn is ook meteen bewogen geweest. Alles zit weer in de lift, maar toch. 

Begin maart vertelde mijn moeder mij dat ze kanker heeft. De grond zakt onder je vandaan. Zo voelt dat inderdaad. Je knieën worden week, je hart versnelt en je krijgt een zenuwknoop in je maag. Ik weet nu hoe ik zou reageren als ik dat nieuws krijg. De schrik duurde nog geen halve minuut, toen begon er een krachtig gevoel op te komen. ‘Dit gaat ons niet klein krijgen’. Daar hoefde ik niets voor te doen, dat gevoel ontstond automatisch. Ik hoorde mezelf tegen mijn moeder zeggen dat dit niet het einde van de wereld is. Dat we dit gaan winnen, gaan vechten. Mijn moeder daarin tegen was al bezig met doodgaan. Dat is het hele proces zo gebleven weet ik achteraf. Binnen een dag was er een rollenverdeling waarin ik de optimist en aanreiker van hoopgevend nieuws werd, m’n vader de praktisch regelaar en m’n zus de gevoelsverwant. Met andere woorden, die had ook moeite met positief blijven en was samen met m’n moeder intens verdrietig. Het had ook niet anders gehoeven, het was goed zo. Klaar om met z’n allen de strijd aan te gaan. En waar er een gevoel ontstaat dat mijn moeder zwijgzaam tussen bovenstaande zinnen doorleeft, dat was ook zo. Het was voor haar meer een geestelijke strijd dan een lichamelijke. Ik ken mijn moeder ook als een lichamelijk sterke vrouw. Die pijn ondergaat ze moeiteloos. Geestelijk kan er helaas minder op het bordje. Dit was teveel. En dat mocht ook. 

Het is zo bijzonder om mee te maken hoe je dit als gezin beleefd. Wat ieder z’n manier is van verwerken, aangaan en hopen. Ik heb mezelf vooral verbaast. Ik wist dat er een kracht vrijkomt als het nodig is, maar het bewijs weer geleverd zien worden is apart. Je hoeft daar niets voor te doen. Het geeft me rust. Wat er ook gebeurd, er zal altijd genoeg power zijn om op te functioneren. Niet alleen voor mij, voor ons allemaal. 

Deze serie vertel ik het proces van de afgelopen tijd. In de wetenschap dat het op dit moment met m’n moeder heel goed gaat. Het zware traject komt ten einde. Tijd om het op te schrijven. 

Is het echt waar?


Met dat ik dit schrijf voel ik al dat er zoveel verschillende meningen bestaan. Onmogelijk om het goed te doen. 

Maar iets houdt me bezig. Al een dikke week is er door verschillende bronnen weer duidelijk geworden dat elkaar discrimineren meer reden dan uitzondering is. Ik ga dan denken. Ik ben m’n hele leven al in staat me in anderen te verplaatsen en heb daardoor een hoge tolerantiegrens. Wat ik wel eens vergeet is mijzelf. 

Na mijn scheiding was er veel om over te speculeren. Door mensen die ik niet ken. Ik dacht dat m’n verhaal op m’n voorhoofd stond en dat ik daardoor al afgeschreven werd voor iemand mij echt zou leren kennen. Ik creerde een oordeel over mezelf en zal dat uitgestraald hebben. Dat kan niet anders. Ik voelde daardoor ook afwijzing van alle kanten en snapte niet dat het misschien ook anders kon. Dat er misschien geen oordeel was, dat iemand niet eens wist wie ik was. Ben je mooi klaar mee. 

Een tijd later kwam ik door diverse oorzaken kilo’s aan. Vreselijk vond ik het. Ik wist dat als ik over straat zou lopen, mensen naar me zouden kijken en concluderen dat ik dik ben. Ook dat straalde ik uit. Zo zien mensen me en zo is het ook. Het kon niet anders dan de waarheid zijn. M’n zelfbeeld creerde ik als spiegel naar de wereld. 

Je kent het vast zelf ook, je bent niet helemaal tevreden over de outfit die je die dag hebt aangetrokken en je denkt dat iedereen naar je kijkt, afkeurend over de combi die je uitzocht. Je voelt je ongemakkelijk. Dat wetende is er een grote mogelijkheid dat wat we denken dat andere mensen zien, helemaal niet reëel is. Het is hoe je je zelf ziet en dat geef je door. 

Wat ik probeer te zeggen. Maken we alles niet groter dan het is omdat we er zoveel met elkaar over discuseren dat het een halve waarheid wordt. Dat mensen met een andere kleur of achtergrond het gevoel hebben dat ze zo bekeken worden maar dat het eigenlijk vaak niet zo is? Dat ze per definitie niet open staan voor een andere benadering omdat ze geleerd hebben zichzelf zo te zien? Hun zelfbeeld uitstralen naar de buitenwereld? Ik weet best dat ik niet kan oordelen over keiharde discriminatie. Absoluut een no go. Maar ik denk dat daar tegenover ook veel staan die alles op zichzelf betrekken en niet meer in staat zijn een andere uitkomst te zien. 

Het kan zoveel zijn, onzekerheid, trauma, opvoeding, karakter. Maar het lijkt mij belangrijk dat je eerst jezelf accepteerd om in staat te zijn overal boven te staan. Sterk genoeg te zijn om je minder te laten raken. Dan ontdek je ook dat niet iedereen aan het afvuren is. Ik denk dat we dan weer wat meer open staan voor elkaars respect, simpelweg omdat we niet uitgaan van een oordeel. 

Ik weet het. Was het maar zo simpel. 

Geestig gestoord #3 Bijzaken…..

  
Naast een ontzettend fijne en tevens zware baan, zijn er veel zaken die altijd onbesproken zullen blijven. Afgelopen week sprak ik met m’n moeder over collega’s. Oftewel het team. Mijn team. 

Door hardop uit te spreken waar we dagelijks tegen aan lopen en hoe je elkaar daarin nodig hebt maakt het confronterend. Sneller dan bij welke baan dan ook doe je aan binding. Je vertrouwt elkaar en kan niet zonder elkaar. Dat is ook een knop die uit moet als je thuis komt. Ook die blijft wel eens sluimeren. Nu speelt mijn sensiviteit me ook vaak parten, maar het kan niet voor alle collega’s mijlenver uit elkaar liggen. In mijn geval ben ik gek op al m’n collega’s. En dan is het natuurlijk niet zo dat je bij allemaal hetzelfde voelt, maar als het op loyaliteit en vertrouwen aankomt ben ik erbij. 

Ik heb nu een paar keer mijn collega’s meegemaakt nadat ik persoonlijke incidenten meemaakte en ze begrijpen het gewoon. Het werd van te voren gezegd, blijf praten, vraag, steun op het team als je het nodig hebt. Maar toen het zover was voelde ik het ook. De reden dat ik het ter sprake breng is de keerzijde. Al een paar keer, en ook nu, gaan er collega’s. En dat had ik iets minder goed ingecalculeerd dan het komen en gaan van cliënten. Dat kost me dus wel een traantje. 

Maar minstens zo belangrijk, dat mag gezegd worden, het is een fijn team. Kliniekbreed. En ik denk dat ik spreek voor vele instellingen. Het dagelijks op elkaar aangewezen zijn voor je eigen veiligheid en dat van anderen. En voor de goede orde, daar staat ook veel lol tegenover. Onder het genot van een bakkie. Twee dikke duimen voor mijn collega’s. 

Twijfel

  
Twijfel alom. Waarom alles delen. Of waarom nu juist niets delen. Sinds een tijdje worden de verhalen rondom puber zwaarder. Ik voel weerstand om open te zijn. Waarschijnlijk vanwege het groene gras. Als we alleen de versie vertellen met een gouden randje, is de rest bijzaak en vergeten. Zo werkt het niet. Zoals een collega dan zegt, in het leven ruikt het niet de hele dag naar citroentjes. Juist daarom denk ik erover om toch te gaan schrijven. Anderen meenemen in een wereld die hopelijk de meeste deuren voorbij gaat. Laten zien welke paden wij bewandelen om alles tot een goed einde te brengen. Een einde wat nog lang niet in zicht is. Tot nu toe vermeed ik de harde waarheid. Ik denk niet dat het goed is. Zowel puber als ik hebben beide de drang om open te zijn en mensen verder te helpen in deze wereld. Ik weet dat al een behoorlijke tijd, gezien mijn leeftijd. Puber zegt het hardop, en ik merk overeenkomsten met mezelf op die leeftijd. Het zit ook in haar. Ik bescherm haar tegen dat wat ze nog niet kan weten. Toch blijf ik erbij dat ik wil delen. Wat ga ik doen? Ik denk nog even na…..

Levensles nummer zoveel…

  
Ik heb een vreemde week. Ik zat niet lekker in m’n vel en dat kwam doordat ik soms teveel zeg, teveel m’n gevoel volg en daarnaar handel. Wat is het lastig om te weten wanneer je iets beter voor jezelf kan houden of kunt delen. De kracht zit ‘m ook in de persoon waar je het mee deelt. Je kunt je woorden nog zo zorgvuldig kiezen, het gaat zo een eigen leven leiden. En dat gebeurde….

Al mijn pogingen om het nog enigszins terug te draaien, om te buigen, waren pathetic. Juist omdat ik met m’n HSP* in de gedachten wil kruipen van een ander. Hetzelfde voel, maar er tegelijkertijd naast kan zitten of het groter maak dan het is. Dat ben ik. En het heeft z’n voordelen, maar ook zeker nadelen. Zo kan het zijn dat ik er twee dagen mee bezig ben in m’n hoofd, en een ander fluitend naar de AH gaat. En nu ik het opschrijf moet ik ook glimlachen. Want juist mijn karakter is zo makkelijk en lay back. Niets is zo lastig als het lijkt, niets is onoverkomelijk, en neem het leven vooral niet te serieus. Het staat haaks op dat wat er gebeurd als ik m’n gevoel de overhand laat krijgen. Ik ben al zo lang bezig om mezelf te trainen om zorgeloos de signalen van een HSPmoment onderuit te maaien. Lukt niet altijd. Blijkbaar. 

Voor nu lijkt het wat overgewaaid, maar neemt niet weg dat niet iedereen hier mee om kan gaan. Het is lastig om naar mij te luisteren en te onthouden dat ik ten allen tijde dezelfde ben en het beste met je voor heb. Het is gewoon vervelend dat ik altijd zeg wat ik denk, terwijl een ander weet dat dat beter onuitgesproken kan blijven. Best verstandig. ask a lawyer Weer een lesje, ze blijven komen. Age is just a number! 

*HSP wat is dat?

Zin of onzin

Er is veel aan de hand. Er gebeurd ook veel. Toen iemand vol verbazing hoorde dat ik het leven van me afschrijf en ook nog met iedereen deel, besefte ik dat het niet voor iedereen normaal is. Te begrijpen is. Waarom doe je dat, wil je dat? 

Ik doe het al acht jaar! Best lang. Het begon door m’n ‘ziekte’ en de helende werking van het opschrijven. Het delen. Ook het gevoel hebben dat je anderen helpt met hun eigen versie. En toen het beter met me ging, was ook de inspiratie minder. Ging ik minder schrijven. Er waren meer redenen voor het verzanden van de regelmaat waarin ik schreef. Maar daar ga ik nu niet dieper op in. Het zij zo. 

Vandaag de dag voel ik voornamelijk de drang om te schrijven als het slecht met me gaat, of wanneer er problemen met puber zijn. Het is zo fijn als het zwart op wit staat, dat kan ik niet uitleggen. Dan is het in m’n hoofd weer blanco. En natuurlijk kan dat ook op een notitieblok, opgeborgen in m’n nachtkastje. Maar ik heb er geen problemen mee, ik deel graag. In de wetenschap dat iemand er misschien iets uithaalt waar ze iets aan hebben, of het gevoel hebben dat ze niet alleen staan in…..noem maar iets. 

Ik merk wel dat de lezers dichterbij komen. Door social media komen linkjes van logjes bij iedereen voorbij. Ook in je naaste omgeving. Toen ik begon had ik na een tijdje enorm veel vaste lezers, maar ik kende er niemand van. Een paar misschien, waaronder m’n eigen moeder. Je bouwde je lezers op door je site op blogverzamelsite’s te zetten of door je ratings bij Google te beïnvloeden. Maar uit m’n eigen woonplaats? Zelden. Heerlijk anoniem en toch zo open. Dat is dus anders nu. 

Toch mag iedereen het weten als het iets minder gaat. Op dit moment kunnen er veel zaken beter. Maar het is niet onoverkomelijk. Het beestje bij de naam noemen doe ik vast nog. Maar niet nu. Het is nacht en tijd om te gaan slapen. Maar werd door een vriend herinnert aan de zin en onzin van bloggen. Ik moest het even op een rijtje zetten voor mezelf. Bij deze! 

Novembhèèèèr

image
Help! November is nog maar een paar dagen begonnen en het beloofd nu al de drukste maand van mijn jaar te worden. Ken je dat, dat gevoel in je hoofd. Geen plaatje blijft op z’n plek staan. Telkens als je ergens aan denkt is het poef! vervangen door een ander plaatje. Dit moet ik nog doen en dat moet ik niet vergeten. En juist als ik ergens heel hard naar op zoek ben in m’n hoofd, blijft het een wit, wollig vlakje. Niets! Vergeten, kan het me niet meer herinneren.

Het is allemaal voor een goed doel. Dat wel. Mijn inloopatelier begint vaste vormen te krijgen. Weliswaar niet zo snel als ik gehoopt had, maar mijn moeder zegt altijd, alle goede dingen komen langzaam. Volgens mij heeft ze dat nog nooit gezegd, maar het klinkt wel mooi. Over een paar weken kun je op gezette tijden inlopen wanneer jij dat wilt en, niet onbelangrijk, maken wat jij wilt. Een last minute kadootje maken, een kaart maken, doosje, scrapalbum, kant en klaar kadootje kopen, alles kan! En niet met een groepje allemaal hetzelfde. Nee, in je eentje, of met een groepje ieder wat anders, of allemaal toch hetzelfde. Ik vind het allemaal prima. Daarover later meer. We hadden het over mijn volle agenda en hoofd. Ik doe alles voor mijn medemens, dat betekend soms je vuile was buiten hangen zodat het voor iemand anders een feest van herkenning is. Terug naar vol hoofd dus.

Toneel, ja dat doe ik dit jaar ook weer. Dat houdt in dat er met name in de maand november veel extra vulling in m’n hoofd komt in de vorm van tekst. Want de uitvoering is eind deze maand. Met zo’n vol hoofd is dat bijna onbegonnen werk, maar ik doe m’n best. Zinnetje voor zinnetje wordt er vastgespijkerd in m’n hoofd. Dat behangen, verven en toneel opbouwen?Daar probeer ik nog even relaxed naar te kijken.

Naast het werken, wat ik nog steeds met enorm veel plezier doe, de reünie van het bedrijf, een familieweekend verplaatsen van november naar december, collecte lopen, bier tappen in een feesttent, boodschappen, wassen en weet ik wat al niet meer, is puber ook niet echt om over naar huis te schrijven. Dat laatste doen we dan wel, letterlijk. Maar jee, die doet het echt met alle egards van het groot worden. Werd er vorige week even helemaal kneitergek van! Samen met haar vriendje maken ze er een duobaan van, wat voor ouders slapeloze nachten opleverd. En dan dat onschuldige gezicht. ‘Ik snap werkelijk waar niet waar jullie je zo druk om maken’! Daarnaast kreeg ik voor het eerst in mijn carrière als invalmoeder een lesje, hoe voed ik m’n kind op. Iets wat me niet in de koude kleren ging zitten. Ik heb dan de neiging om het stokje over te dragen wegens ‘ongeschikt’. Daar werd gelukkig hetzelfde stokje voor gestoken door familie, vrienden en moeder van puber. Maar goed.

Wat een toestand. Wat een drukte! En juist op zo’n moment pak ik een kop koffie, de beentjes omhoog, iPad op schoot en schrijven maar. Schrijf het van je af Kaatje. Relativeer. Om de hoek vechten ze voor hun leven. Precies. November komt en gaat. Alles gaat ook nog eens goed komen. En voor nu, kalmpjes aan, morgen is er weer een dag. En dat zegt m’n moeder altijd echt!

Ik zat te denken…..

IMG_0010.JPG
Ik ben blij……

Mijn gezin, puber gesetteld, fijne baan en Stampin Up! Alles staat als een huis en behalve puntjes op de i ben ik heel tevreden. Wat kan dat snel gaan. Van alles op z’n kop, naar alles rechtop. Alleen een rood draadje, dat mis ik nog. Alles zorgeloos naast elkaar zonder iets tekort te doen.

Maar wat kun je het prettig hebben binnen een baan. Wat leer ik veel en wat doe ik veel. Stuk voor stuk lieve cliënten en collega’s. Boeken vol ga ik schrijven. Ik krijg dagelijks een dosis inspiratie van jewelste. Mooie momenten, zware momenten, verdrietige momenten, lachmomenten. Alles zit erin. Heerlijk.

Tijd om eens alles op een rijtje te zetten.

Ik realiseer me dat iedereen leeft met een doel voor ogen. Wat moet er gebeuren om daar te komen waar ik wil zijn. En toen ik daarover nadacht begreep ik waarom we ons geen moment verveeld hebben de afgelopen jaren. Want doelen zijn niet altijd hoog gegrepen, niet altijd van het kaliber luchtkasteel. Het hoeft niet mooi te klinken. Het kan ook het rechttrekken van een bedrijf zijn wat op instorten staat. Met als doel, een goed draaiende business. Of toch moeten stoppen en als nieuw doel je leven samen weer een solide basis willen geven. Allebei een baan zoeken is ook een doel. Je liefkind een thuis geven met als einddoel een diploma en een dosis zelfvertrouwen. Een atelier bouwen voor je hobbyproject is wel een heel mooi doel. Of dat je binnen een paar jaar samen kan zorgen voor een fijn inkomen waar het gezin comfortabel en ontspannen door kan leven.

Eigenlijk gaat het automatisch. Als er veel in je leven gebeurd zal je het altijd doelgericht een draai geven. En gebeurd er weinig en dreigt er sleur, dan ontstaat er vanzelf de wil om dat aan te pakken. Onbewust weer een doel.

Waarom heb ik het hier zo druk mee. Nou, ik ben zo blij en het gaat zo fijn. Er is zoveel om dankbaar voor te zijn, hoe kan dat? Wat gebeurd er, vanwaar die wind in de rug. En wat is ons volgende doel, hebben we dat? En toen ik daar dieper over nadacht wist ik dus dat er altijd doelen blijven. Zoals hierboven beschreven, groot of klein. En dat je onbewust afdwingt waar je over een tijdje wilt zijn……