Naast een ontzettend fijne en tevens zware baan, zijn er veel zaken die altijd onbesproken zullen blijven. Afgelopen week sprak ik met m’n moeder over collega’s. Oftewel het team. Mijn team. 

Door hardop uit te spreken waar we dagelijks tegen aan lopen en hoe je elkaar daarin nodig hebt maakt het confronterend. Sneller dan bij welke baan dan ook doe je aan binding. Je vertrouwt elkaar en kan niet zonder elkaar. Dat is ook een knop die uit moet als je thuis komt. Ook die blijft wel eens sluimeren. Nu speelt mijn sensiviteit me ook vaak parten, maar het kan niet voor alle collega’s mijlenver uit elkaar liggen. In mijn geval ben ik gek op al m’n collega’s. En dan is het natuurlijk niet zo dat je bij allemaal hetzelfde voelt, maar als het op loyaliteit en vertrouwen aankomt ben ik erbij. 

Ik heb nu een paar keer mijn collega’s meegemaakt nadat ik persoonlijke incidenten meemaakte en ze begrijpen het gewoon. Het werd van te voren gezegd, blijf praten, vraag, steun op het team als je het nodig hebt. Maar toen het zover was voelde ik het ook. De reden dat ik het ter sprake breng is de keerzijde. Al een paar keer, en ook nu, gaan er collega’s. En dat had ik iets minder goed ingecalculeerd dan het komen en gaan van cliënten. Dat kost me dus wel een traantje. 

Maar minstens zo belangrijk, dat mag gezegd worden, het is een fijn team. Kliniekbreed. En ik denk dat ik spreek voor vele instellingen. Het dagelijks op elkaar aangewezen zijn voor je eigen veiligheid en dat van anderen. En voor de goede orde, daar staat ook veel lol tegenover. Onder het genot van een bakkie. Twee dikke duimen voor mijn collega’s. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

20 + 15 =