Deze link (klik) las ik en voelde dit:
Toen ik 20 jaar was werkte ik met ex bij een hotel in Gasselte. Daar werden ongeveer 50 asielzoekers opgevangen, dat was toen nog redelijk nieuw in NL. We gingen er bleu in wisten niet goed wat we moesten verwachten. Het waren mini-oorlogjes in de hotelgangen, Irakezen boven, Iranezen beneden. Veel Libanezen ook. Gezellige jonge mannen die, de één na de ander, trouwden met de vrouwen in de omgeving. Wat mij is bijgebleven van die tijd is dat er veel geklaagd werd, het eten was nooit goed, de één wilde geen ananas in de pasta, de ander wel. Een spreekuur van de huisarts op locatie werd door allemaal bezocht omdat ze niets beters te doen hadden en zich door verveling sowieso niet lekker voelden. Mannen waren de hele dag in de weer met spelletjes en busritten naar de omliggende dorpen, vrouwen liepen de hele dag met een kind onder de arm. Één deprimerende toestand waar niemand blij van werd, ook het personeel niet wat dag in dag uit moest luisteren naar dat wat ontbrak in het leven van dat moment. Ik ben het nooit vergeten en was soms ook boos. Wat een geklaag en gezeur. Wees blij dat je wat krijgt! Naderhand kijk ik er lichter tegen aan. Milder. Wij zouden waarschijnlijk hetzelfde doen als we de hele dag niets anders om handen hadden. Ik praat het niet goed, maar het kan. Het is te verwachten, van de 50 gaan er vast 20 klagen. Toch? Ik blijf het van twee kanten bekijken, ik vind dat ik dat moet. Eigenlijk moet iedereen dat. Iedereen die zichzelf kan zien als een minuscuul wezentje op een enorme planeet. Geen vierkante kilometer is mijn eigendom. Laat staan dat ik mag bepalen wie waar loopt of bestaat…..

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

3 × 4 =