Ik ben even nergens


We rijden terug van een onvergetelijke vakantie. Een geweldig land met gastvrije inwoners. Elke dag doen waar je zin in hebt en veel indrukken opdoen. Maar dan is daar het moment dat je weer naar huis gaat. En net zoals de heenreis veel met me doet, is de terugreis altijd nog erger. Ik ben een denker. Zit op de bijrijdersstoel en heb alle tijd. Op de heenreis bedenk ik of ik iets vergeten ben, wie ik ga missen, wat we allemaal gaan zien, hoe ver dat afstaat van het dagelijkse leven. Op de terugreis komt er weemoed. Ook vanwege het feit dat we vaak in de avond/nacht reizen met de muziek op tien. Dat versterkt je gevoel. Weemoed naar dat wat er letterlijk achter ons ligt. Vóór ons het vertrouwde, thuis. En met dat thuis is altijd iets. Ik verzin in m’n vakantie veel nieuwe uitdagingen, ieder jaar weer. Dit jaar waren ze voor de vakantie al bekend. De vakantie is letterlijk een break tussen veel veranderingen. En ik word er lichtelijk zenuwachtig van als ik eraan denk. Nu rijden we nog. Nu is het nog even voor ons. 

Morgen stop ik met roken. Morgen halen we onze nieuwe vriend, Cody. Eenmaal thuis leveren we onze camper in en gaan we de komende maanden op zoek naar een andere. Eenmaal thuis gaan we naar de bank om de hypotheek te tekenen zodat we ons huisje kunnen kopen en her en der verbouwen. M’n nieuwe IPhone ligt op het postkantoor en ik kan maandag weer naar m’n geliefde werk. Zoveel!!! Alles is leuk of een uitdaging, maar ik ben toch wat weemoedig terwijl ik in het donker naar buiten staar in de camper. Allemaal nieuwe dingen. Ik rij er nu nog tussenin. Niets is wat het is of was. 

De vakantie is voorbij en het leven thuis gaat weer beginnen. Maar op dit moment ben ik nog even nergens. 

Een nieuw gezinslid?


Er is nieuws aan de horizon. Al een half jaar weten Ro en ik dat we gezinsuitbreiding willen. Barto is nu anderhalf jaar geleden overleden en we willen weer een maatje voor Shooter. Na de vakantie in september gaan we op zoek. Maarrrrr……

Er kwam iets tussen. Anders gezegd, er kwam een hondje tussen. Een vriendin overver plaatste een hondje wat echt een eigen plekje zocht op korte termijn. Het gastgezin had inmiddels 7 maanden voor hem gezorgd en de situatie werd minder overzichtelijk na zo’n lange tijd. Zijn aanbeveling was er één naar m’n hart en z’n uitstraling was perfect. Hij is ook nog heel mooi. Alles viel voor mij op z’n plek. Maar het was nog maar juli. De vakantie staat voor de deur en er zouden dus veel schakels voor hem komen als hij nu bij ons zou komen wonen. In overleg was er gelukkig de mogelijkheid om na de vakantie te plaatsen. Nu de klik nog. 

Die was er. Zowel met het baasje als met Cody. Wat een schat. Een wandeling volgde. We ontmoetten elkaar in het midden van het land, omdat Den haag en Borger nogal ver uit elkaar liggen. Samen met Shooter hadden we een bijzondere wandeling waarin we door beide honden verrast werden. De beren op de weg die ik verwachtte waren er niet. En dan met name van Shooter. Die blaft naar alles wat hond is. Nu niet. Hij liep zelfs los in het hondenbos en had door dat telkens blaffen een begin zonder eind was. Zoveel honden. Hij besloot het gelaten toe te laten en ging zelfs zo nu en dan bij het vrouwtje ‘onder de rok’, weg met al die honden. Kortom. Geslaagd. 

Nu het huisbezoek. We krijgen een check. Ben je wie je bent, heb je de ruimte, de liefde, de zorg. Dit bezoek staat ook gepland. Daarna nog een wandeling voor dat we met vakantie gaan, en dan….hopelijk, een groot welkom als we terug zijn. De laatste loodjes. Ik wil niet anders dan positief zijn. Morgen weet ik meer! 

Is het echt waar?


Met dat ik dit schrijf voel ik al dat er zoveel verschillende meningen bestaan. Onmogelijk om het goed te doen. 

Maar iets houdt me bezig. Al een dikke week is er door verschillende bronnen weer duidelijk geworden dat elkaar discrimineren meer reden dan uitzondering is. Ik ga dan denken. Ik ben m’n hele leven al in staat me in anderen te verplaatsen en heb daardoor een hoge tolerantiegrens. Wat ik wel eens vergeet is mijzelf. 

Na mijn scheiding was er veel om over te speculeren. Door mensen die ik niet ken. Ik dacht dat m’n verhaal op m’n voorhoofd stond en dat ik daardoor al afgeschreven werd voor iemand mij echt zou leren kennen. Ik creerde een oordeel over mezelf en zal dat uitgestraald hebben. Dat kan niet anders. Ik voelde daardoor ook afwijzing van alle kanten en snapte niet dat het misschien ook anders kon. Dat er misschien geen oordeel was, dat iemand niet eens wist wie ik was. Ben je mooi klaar mee. 

Een tijd later kwam ik door diverse oorzaken kilo’s aan. Vreselijk vond ik het. Ik wist dat als ik over straat zou lopen, mensen naar me zouden kijken en concluderen dat ik dik ben. Ook dat straalde ik uit. Zo zien mensen me en zo is het ook. Het kon niet anders dan de waarheid zijn. M’n zelfbeeld creerde ik als spiegel naar de wereld. 

Je kent het vast zelf ook, je bent niet helemaal tevreden over de outfit die je die dag hebt aangetrokken en je denkt dat iedereen naar je kijkt, afkeurend over de combi die je uitzocht. Je voelt je ongemakkelijk. Dat wetende is er een grote mogelijkheid dat wat we denken dat andere mensen zien, helemaal niet reëel is. Het is hoe je je zelf ziet en dat geef je door. 

Wat ik probeer te zeggen. Maken we alles niet groter dan het is omdat we er zoveel met elkaar over discuseren dat het een halve waarheid wordt. Dat mensen met een andere kleur of achtergrond het gevoel hebben dat ze zo bekeken worden maar dat het eigenlijk vaak niet zo is? Dat ze per definitie niet open staan voor een andere benadering omdat ze geleerd hebben zichzelf zo te zien? Hun zelfbeeld uitstralen naar de buitenwereld? Ik weet best dat ik niet kan oordelen over keiharde discriminatie. Absoluut een no go. Maar ik denk dat daar tegenover ook veel staan die alles op zichzelf betrekken en niet meer in staat zijn een andere uitkomst te zien. 

Het kan zoveel zijn, onzekerheid, trauma, opvoeding, karakter. Maar het lijkt mij belangrijk dat je eerst jezelf accepteerd om in staat te zijn overal boven te staan. Sterk genoeg te zijn om je minder te laten raken. Dan ontdek je ook dat niet iedereen aan het afvuren is. Ik denk dat we dan weer wat meer open staan voor elkaars respect, simpelweg omdat we niet uitgaan van een oordeel. 

Ik weet het. Was het maar zo simpel. 

Altijd in voor een verslaving


M’n hele leven kan alcohol me niet beroeren. Zelfs in m’n pubertijd dronk ik zo nu en dan een avond heel veel, zodat ik ook eens mee deed in de gekte. Ik eindigde dan steevast liggend op straat, buikpijn van het lachen en in de veronderstelling dat ik die sterren daar hoog in de lucht aan kon raken. Als je niet zoveel drinkt kunnen de mensen om je heen die anekdotes zo oprakelen. 

Wat ik wel goed kon was roken. Als de beste. Ergens twenty-something, stopte ik de eerste keer en had een slappe smoes toen ik anderhalf jaar later weer rookte. Dat hield ik vol tot m’n veertigste. Toen stopte ik om mezelf een rookvrij leven kado te geven. Op m’n verjaardag. Dat lukte en ik diende als voorbeeld voor velen. ‘Als Karin het kan…..?’ De wonderen waren de wereld nog niet uit. Ik ontwikkelde een koffieverslaving en was ervan overtuigd dat ik nooit meer een sigaret aan zou raken.  

Tot begin dit jaar. Het kriebelde in m’n lijf. Niet vanwege een sigaret. Maar ik had de drang naar iets. Waar anderen uren op een terrasje zaten aan een biertje of wijntje, keek ik om me heen of er nog winkels open waren. Het genieten kwam niet meer automatisch na vijf koppen koffie. Een wijntje maakte ook niets goed. Het deed me niets. Ik wilde iets! Nogmaals, iets waar ik naar uit kon kijken. Zoals Ro naar een krijtbord vol met verschillende speciaalbiertjes kon kijken. Het was onrustig in mij, alsof ik iets ‘stouts’ wilde doen. 

Zo kocht ik tijdens ons oud en nieuw campertripje een doosje filtersigaartjes. Voor na een kopje koffie op een gezellig terras met verwarming. Wat was dat heerlijk. Ik vond het echt thuiskomen. Achteraf was dat een teken aan de wand. Het deed me zoveel dat je kon berekenen dat ik vaker momenten zou gaan zoeken. Eerst zaten er maanden tussen. Toen weken. Als de vogeltjes naar het zuiden vlogen wilde ik het vieren. Alles werd een feestje. En toen kwam de dag dat ik zeker wist dat ik die dag iets meer wilde roken, omdat ‘ie zo speciaal was. Om nu aan die sigaartjes te gaan. Niet fijn voor m’n keel. Ik kocht een pakje mentholsigaretten. BAM! Daar was ‘ie! Mijn gezellige sigaretjes staken de kop op bij het begin van het terrasseizoen. Wat een gezelligheid. En wat zonde tegelijk. 

Tijd voor nieuwe afspraken met mezelf. Ik weet gelukkig van mezelf dat ik nooit dweepte met stoppen met roken. Dat de keren dat ik het met mezelf afsprak, ook echt een doel was. Ik mag van mezelf deze zomer ‘gezellig roken’. Daarna, klaar! Weer is bewezen dat ik geen gezelligheidsroker kan zijn. Te verslavingsgevoelig. Niet meer doen. Nog lang niet iedereen weet dat ik rook. Ik heb grenzen. Dat is maar beter. Voor ik het weet is het overal feest.

Mijn afspraak met mezelf staat in elk geval. Als een huis! 

Het vechtertje….


Daar was afgelopen week de uitslag. De woorden die omschreven wat we al wisten, maar die nu zwart op wit extra hard binnen kwamen. Voornamelijk bij haar. Ze was er stuk van, heeft de ogen uit haar kop gejankt en realiseerde zich meer dan ooit tevoren dat ze nog bergen moet verzetten. Teleurgesteld in de harde cijfers die aangeven waar je staat in je ontwikkeling. Het strookt niet met wat je voelt. Namelijk groot en volwassen. Dat je achterstanden weg moet werken die je niet vast kan grijpen. Wat bedoelen ze nu precies. Gaat het echt allemaal over mij. Ze wist dat ze niet met alleen maar voldoendes zou eindigen na de onderzoeken, maar toch. Het leek van te voren allemaal makkelijker. Om in de komende tijd weg te werken. Alsof je het komende jaar je kamer opruimt en dan klaar bent. Het is toch wat genuanceerder dan dat. Het behandelplan wordt omschreven in processen, heb je er één doorlopen, dan is er pas ruimte voor de volgende. Dat valt zwaar. Zonder deze stappen ga je het niet redden zoals je voor ogen hebt. Dus je moet. En staat er nu dat je eeuwige optimisme in woord en daad als zoethoudertje naar je omgeving wordt vertaald? Is het zo duidelijk. Dat je niet meer kan zeggen dat je je vandaag prima redt zonder dat iemand weet dat het niet mogelijk is? Dat het stiekem niet waar is. Je wordt ontdaan van je masker en je schild en moet open en bloot vechten. Kwetsbaarder dan ooit. Toegeven dat de mensen om je heen nodig zijn om je zelfvertrouwen op te krikken. Dat je achterstand vele jaren teruggaat. Daar waar je anderen nodig hebt om je klaar te maken voor acties en reakties op het leven. Daar waar je je nog mag verschuilen achter een volwassene en fouten mag maken om er beter van te worden. Sterker van te worden. Je begint opnieuw. De school van het leven. Je laten omringen door liefde en vertrouwen van je naasten. Hun hulp accepteren en omarmen. Er open voor staan. En groeien. Terug bij af. Ik begrijp haar. Ik begrijp haar verdriet en kwetsbaarheid. De dikke behuilde ogen die me aankijken en weer hardop zeggen dat het goed gaat en tijd wordt om de dag weer op te pakken met een lach. Dat hoeft niet. Begin met voelen en laat het binnen. Blijf maar even verdrietig. Het is een begin….

Back-up

Vandaag liep ik met m’n hoofd in niemandsland. Ik was nodig in een meeting. Ik moest best wat zinnige dingen zeggen, maar er kwam wat los zand uit m’n brein. Ik probeerde er een mooi samenhangend geheel van te maken, maar het lukte moeilijk. Ik werk met een team wat meteen ingrijpt wanneer nodig, en gelukkig voelde ik het back-up systeem in werking gaan. Toppers die verwoorden waar we het al een tijdje over hebben. Toen ik vanavond besloot nog even kontakt op te nemen met m’n collega, kreeg ik van haar een lieve oppepper. Één die me weer doet realiseren in welke omstandigheden ik werk. Een geweldig team en lieve collega’s. Zo fijn. Enorm de behoefte het nog even aan m’n blog toe te vertrouwen. Bij deze. 

Ik wil iets met je delen…


Wanneer ik door de straten loop van de stad waarin ik werk, realiseer ik me dat ik de laatste maanden gelukkig ben. Dat ik een gevoel heb in de bloei van m’n leven te staan. En dat terwijl ik mijn leeftijd nooit had gekoppeld aan dit gevoel. Vreselijk vind ik dat getal. Nog erger om het uit te spreken. Jaren geleden zou ik gelachen hebben om de uitspraak ‘het leven begint bij veertig.’ Toch ben ik er in gaan geloven. Ik moet wel. Ik doe er aan mee, ik creëer, deel, heb lief en ontdek. Ik heb een onbeschrijfelijk gevoel in m’n lijf en kan het niet anders uit leggen dan gelukkig zijn. Verlost te zijn van dwangmatige, zelfdestructieve keuzes. M’n armen heb geopend voor vrijheid en geluk. En mensen om me heen hebben die dat gevoel aanvullen en niet opvullen. Ik merk dat ik alles beter binnen laat komen. Emoties, goed of zwaar. Ze raken me. Soms te diep, dat wel. Ik kan niet anders dan liefhebben en meeleven. Dat zal altijd zo blijven. Het zou een bepaald moment in m’n leven te zwaar zijn geweest. Om het binnen te laten. Boeken gingen dicht. De tv ging uit. Of ik draaide me om en sloot buiten. Nu gebeurd me het omgekeerde. Ik kan bijna niet met dat gevoel omgaan. Het voelt fijn. Breekbaar ook. Ik ben bang het te verliezen. Ik wil mezelf even knijpen om zeker te weten dat het me overkomt. Dat het er is. Eindelijk. Vrijheid. Geluk. De kracht om alles het hoofd te bieden. Laat mij een inspiratie zijn voor anderen. Wat er ook is, alles komt uit jezelf. Alles wat je moet doen is jezelf aan de horizon plaatsen mèt dromen, dat wat je graag wilt zijn. En dan…..begin maar met lopen. In je eigen tempo. 

The story of my life #5 De straat als vijand

  
De afgelopen dagen sprak ik door omstandigheden met meerdere mensen over mijn leven achter gesloten deuren, jaren geleden. Deuren die ik zelf gesloten hield, voor de duidelijkheid. Het lijkt zo lang geleden. 2007 was het toppunt. Het keerpunt. Nu moet er iets gebeuren anders gooi ik mezelf van de wereld. 

Op deze blog staan een paar verhalen waarin ik het één en ander uitleg. Er is nogal veel verloren gegaan toen mijn vorige site gehackt werd. Mijn hele wereld die ik toen beschreef in een aantal jaren. Ik vind het nog steeds ontzettend jammer. Weg! Maar goed. 

Onder deze Klik vind je de dag dat mijn leven zich binnen vier muren ging afspelen. Hiervoor was ik al niet supersterk meer, maar die nacht was als een granaat. Daar was ineens een enorme krater waar ik niet meer uit kwam. 

De jaren die volgden waren bijzonder. Achteraf. Ik bouwde een wereld om me heen waarin iedereen me hielp. Ik liet geen situaties toe die spanning opriepen. Ik kon manipuleren en mijn wereld in stand houden. Een wereld met angst als fundering. Mijn omgeving pastte zich aan en zorgde ervoor dat ik zo kon blijven leven. Klein, minimalistisch en schijnveilig. Ik kan het nu omschrijven als egoïsme. Alles draaide om mij. Iets anders wilde ik ook niet, de gedachte alleen al maakte me bang. Er waren dagen met weinig angst. Angst die je kan omschrijven als een zenuwachtig gevoel in je buik. Een gevoel wat kan exploderen tot een paniekaanval waarin m’n lichaam niet meer rustig kan blijven. Het laatste gelukkig niet dagelijks. Misschien wekelijks, maar elke dag, vooral nacht, de angst dat die explosie er aan komt. Daarbij een angst voor medicatie. Medicijnen die iets met je lichaam en geest doen, eng! Nee, er tegen vechten deed ik clean. Met m’n eigen verstand. Helaas was dat verstand niet erg rationeel meer. Niet iets wat mij hielp er bovenop te komen maar meer om het proberen onder controle te krijgen, leefbaar te houden. Ik had mijn wereld iets groter gemaakt en had de auto als veilige basis gebombardeerd. Dat hield in dat ik weg kon en binnen 50 stappen wat boodschappen of een terrasje kon doen. Dat deed ik bijna drie jaar. Toen ik er midden in zat vond ik het niet zo’n probleem. Om zo te leven. Ik wilde er wel graag vanaf, maar het leek onoverkomelijk en het liep wel aardig. Drie jaar dus. Met dat gevoel. 

Er gebeurde iets. Na die paar jaar. Er zit een angstknopje in m’n hoofd. Dat ging nog wel eens uit, maar ineens bleef het branden. Het angstige gevoel had geen pauzes meer. Ik kwam niet meer tot rust. De trap van de bovenwoning naar beneden werd weer een blokkade. Dit wilde ik niet meer. Dan hoeft het van mij helemaal niet meer. Ik belde de huisarts. Medicatie was zijn antwoord. ‘Nee!’ was mijn antwoord. Toch moest ik de realiteit onder ogen zien. Ik kon het zelf niet. Het zou alleen maar erger worden. Met grote tegenzin accepteerde ik dat een pilletje per dag m’n angst zou wegnemen. En het gebeurde! 

Twee weken lang zag ik m’n slaapkamer draaien en had ik een emmer naast m’n bed. Als ik in de spiegel keek herkende ik mezelf niet meer, grote pupillen en wit gezicht. Maar op de een of andere manier geloofde ik dat het beter zou worden. Ik had vertrouwen. En dat was de sleutel tot succes. Vertrouwen. In mezelf. Zelfvertrouwen. 

Vanaf dat moment heb ik m’n best gedaan om m’n wereld weer groter te maken. Steeds vaker stelde ik me bloot aan m’n angsten. Ging ik ze niet uit de weg. Kleine stapjes omhoog zonder weer naar beneden te vallen. M’n zelfvertrouwen en het vertrouwen in m’n lichaam groeide met de maanden. Ik kreeg er een euforisch gevoel voor terug, geweldig. Het duurde nog minstens twee jaar voor ik van genezing durfde te spreken. Het was nog steeds een gewoonte van me om de situaties die ik jaren uit de weg ging beangstigend te vinden. Maar ik vocht er tegen. Ik trainde m’n hersenen om gelaten te reageren op veel situaties. Het werd langzaam een gewoonte om zonder angst te leven. Het begon in te klinken. 

Vandaag de dag vind ik het bijzonder om terug te kijken op een gedeelte in m’n leven wat ik maar moeilijk kan bevatten. Ik vind het zo apart om de dieptepunten terug te halen en me te realiseren dat ik het was die dat doormaakte. Wat een respect voor m’n omgeving en naasten. Je kunt jezelf helemaal kapot maken. Maar je kunt jezelf ook weer beter maken. Daar vind ik mezelf het levende bewijs van. Nooit meer! Nooit weer terug naar het verlies van controle over m’n leven. Waar angst regeert heeft leven geen kans. Gelukkig is dat verleden tijd. 

*Klik hier voor info over agorafobie

Moeder zijn

  
Ik sprak met iemand over het moederschap. Dat het niet allemaal vanzelf gaat, sommige dingen ook weer wel. Instinctief gebeurd er genoeg. Omkomen van de honger is niet nodig. Toch ken ik ze, zie ik ze. Moeders die worstelen om goed te doen, te weinig ruimte om moeder te kunnen zijn. Soms onwil, maar ook gebrek aan inzicht. 

Overal haal ik m’n lessen en kijk goed om me heen. Als je zelf in die onzekerheid zit zie je veel. Goed en minder goed. Ik durf in deze context geen ‘fout’ te zeggen. Kan dat? Dat je foute dingen doet als moeder? Of zie je dingen over het hoofd en doe je daarom dingen minder goed. Klinkt aardiger. Maar zoals ik zei, ik kijk om me heen. En het wordt me steeds duidelijker. Ik waak als een moederkloek over het kuiken wat een paar jaar geleden bij ons kwam wonen. Geen bloedband, wel moedergevoelens. Handig! En het is maar goed ook, anders was het kuikentje misschien alweer op straat beland. Je hebt wel wat ruimte nodig die opgevuld is met liefde en positieve ervaringen om negatieve zaken het hoofd te bieden. Dat lukt, gelukkig. Uiteraard ben ik vaak op m’n smoeltje gegaan. Aldoende leert men. Een paar dingen zijn me bijgebleven. Wat er tegen me gezegd is in de afgelopen jaren. Waar ik vaak aan terug denk. 

Toen puber net bij ons was hebben we maatschappelijk werk ingeschakeld. Ik zat vol met vragen. Hoe ga ik dit doen? Wat moet ik doen. De belangrijkste zin die ik vandaag de dag in m’n achterhoofd heb is:”Probeer haar niet de deur te wijzen, ze heeft een basis nodig waar ze zich veilig voelt en altijd welkom is”. De momenten dat ze me het bloed onder de nagels vandaan haalde heb ik het nooit hardop gezegd en hier aan gedacht. We hebben het er nu wel eens over samen. Om haar uit te leggen hoe het werkt. Ze beaamt het gevoel zich hier gewenst te voelen maar kan er niet altijd wat mee. Logisch. Zij is nog een kind. Brengt mij op een volgend inzicht. 

Iemand besprak met mij haar eigen gevecht met haar kind.  Ze zag haar gezin opbreken in kampen en zei in het heetst van de strijd:”Ik kies hoe dan ook voor m’n kind, jij bent volwassen!” Dat is het! Zo waar! Ik kan het niet beter uitleggen, niet anders zeggen. Je kunt nooit een volwaardig tegenstander van je kind maken. Kom nou! De kennis is er niet om jou aan te kunnen. Ze hebben je juist nodig. Tot ze zelf volwassen zijn. Ook deze bespraken Ro en ik samen. Goed voor de balans tussen puber en ons. 

Ik vind het maar lastig soms. Ik weet wel dat ik een moeder ben. En ik zal haar alles geven wat nodig is om groot te worden. Ze hunkert naar erkenning en bestaansrecht. Deze moeder zal haar elke dag laten voelen dat ze gewenst is en dat ik van haar hou.